De regering moet bij de stemming over de Omnibus Food and Feed weigeren te stemmen. Er is onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van deze regeling nodig. 573 Europese wetenschappers hebben hiervoor gevraagd.
Motie van het lid Bromet over zich bij het COREPER-overleg vocaal onthouden van stemming over de Omnibus Food & Feed
De kamer,
constaterende dat 573 Europese wetenschappers een oproep hebben
gedaan voor een onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van de
Omnibus Food and Feed;
overwegende dat zowel het kabinet als de Kamer heeft aangegeven
inzicht te willen in de gevolgen van de Omnibus Food and Feed, en er
voor een andere Omnibus wel een impactassessment is uitgevoerd;
verzoekt de regering om zich bij het Coreper-overleg vocaal te onthouden
van stemming over de Omnibus Food and Feed, en in de verklaring te
stellen dat het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de
gevolgen van het voorstel een randvoorwaarde is voor Nederland.
Argumenten voor: De partij streeft naar een balans tussen de landbouwsector en de natuurlijke omgeving [4][5][3] en benadrukt het belang van onderbouwde normen [5]. Daarnaast wordt het belang van onderzoek naar de effecten op de bodem [1] en naar gezondheidseffecten [2] onderstreept.
Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in het programma die het belang van onafhankelijk onderzoek of het uitstellen van besluitvorming ter verkrijging van wetenschappelijk inzicht afwijzen.
Bronnen:
"Vissers staan voor forse uitdagingen. De eeuwenoude visserijtraditie verdient een eerlijke doorstart, met een goed verdienmodel, rechtszekerheid en in goede samenhang met de natuur. Nederland staat in Europa en tegenover het Verenigd Koninkrijk op voor de belangen van deze sector. Daarom geven we niet op als het gaat over pulskorvisserij, waarbij vis veel duurzamer wordt gevangen dan met de boomkor. De aanlandplicht moet flexibeler worden om daadwerkelijk bij te dragen aan een gezonde zee. Vissers worden actief betrokken bij de ontplooiing van activiteiten op zee, zoals windmolenparken. Medegebruik van deze ruimte door vissers wordt mogelijk gemaakt. Bestaande visserijgebieden worden niet gesloten. Via gerichte nieuwbouwen ombouwsubsidies wordt geïnvesteerd in een toekomstbestendige CO2-neutrale vloot. We staan voor goed rentmeesterschap ter zee, daarom verscherpen we en handhaven we internationale afspraken over overbevissing, omgang met bijvangst en 'spookvistuig' (het verliezen van netten en lijnen). Onderzoek naar het werkelijke effect van moderne visserij op vissoorten en zeeen bodemleven wordt versterkt."
"de onderzoeken naar gezondheidseffecten. We verbeteren de waterkwaliteit om kans te maken op herinvoering van graslandderogatie."
"Om bedrijfsgericht te kunnen sturen op een duurzame kringloop zetten we in op het herinvoeren van een systeem van inputs en outputs, waardoor het mineralenoverschot per bedrijf inzichtelijk en handhaafbaar wordt. Krimp van de veestapel is geen doel, maar de omvang van de veestapel moet wel in balans komen met het natuurlijke systeem (bodem, water, natuur). Daarbij wordt rekening gehouden met natuurlijk verloop door vergrijzing. Met de boer aan het roer kunnen veel schadelijke emissies worden teruggedrongen. Daar waar boeren zicht redelijkerwijs te weinig inspannen voor het behalen van een haalbaar doel, kan krimp van de veestapel op bedrijfsniveau de consequentie zijn."
"Onze boeren, tuinders en vissers werken dagelijks in weer en wind om ons van ons voedsel te voorzien. Vaak zijn het familiebedrijven die, ondanks vaak te lage prijzen en ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid, ons van voedsel voorzien en voor onze omgeving zorgen. Als rentmeesters geven ze invulling aan Gods opdracht om de schepping te bewerken en bewaren. Ze onderhouden ons prachtige Nederlandse landschap. Helaas is het huidige landbouw- en voedselsysteem door politieke en commerciële druk niet meer in balans met de omgeving en natuur. De ChristenUnie streeft naar een gebalanceerde landbouwsector: extensiever en met meer oog voor de natuur. Krimp van de veestapel gaat daarbij gepaard met een passend hernieuwd verdienmodel voor de boer."
"De komende tien jaar werken we toe naar een melkveesector in balans met de omgeving. Daarom komt er een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en bijbehorende grond per bedrijf. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij grasland behouden blijft en de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers wordt bevorderd. Door het schrappen van de derogatie blijven Nederlandse boeren met enorme mestoverschotten zitten. Om deze te dempen, streven we voor alle diersectoren naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest, gewas, voer, voedsel en restproducten. Dat houdt ook in dat we veel minder veevoer uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan importeren. De kalverhouderij wordt in balans gebracht met de melkveehouderij en de import van kalveren wordt ingeperkt. Het verbod op nieuwe geitenstallen blijft van kracht gedurende"