Onderzoek naar gevolgen Omnibus Food and Feed

De regering moet bij de stemming over de Omnibus Food and Feed weigeren te stemmen. Er is onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van deze regeling nodig. 573 Europese wetenschappers hebben hiervoor gevraagd.

Motie van het lid Bromet over zich bij het COREPER-overleg vocaal onthouden van stemming over de Omnibus Food & Feed

De kamer, constaterende dat 573 Europese wetenschappers een oproep hebben gedaan voor een onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van de Omnibus Food and Feed; overwegende dat zowel het kabinet als de Kamer heeft aangegeven inzicht te willen in de gevolgen van de Omnibus Food and Feed, en er voor een andere Omnibus wel een impactassessment is uitgevoerd; verzoekt de regering om zich bij het Coreper-overleg vocaal te onthouden van stemming over de Omnibus Food and Feed, en in de verklaring te stellen dat het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van het voorstel een randvoorwaarde is voor Nederland.
22 september | PRO | Verworpen: 30–118 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij vindt dat het voorzorgsbeginsel leidend moet zijn, waarbij bij onvoldoende wetenschappelijke gegevens geen besluiten worden genomen [2]. Daarnaast wil de partij de invloed van multinationals op beleid beëindigen en in plaats daarvan kiezen voor bindende afspraken die de gezondheid van de planeet centraal stellen [1]. Ook zet de partij in op strikte regels ter bescherming van de leefomgeving en gezondheid [4] en wil zij niet dat belangrijke EU-milieuregels worden verzwakt [3].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "De Nederlandse overheid staakt betrokkenheid bij en financiering van overlegorganen waarin multinationals grote inspraak krijgen over het te voeren beleid rondom de import van grondstoffen zoals soja en palmolie. Deze greenwashing wordt afgeschaft. Bindende afspraken waarin de gezondheid van de planeet het speerpunt vormt, komen hiervoor in de plaats."
  2. "Het voorzorgsbeginsel wordt leidend in het visserijbeleid. Dit houdt in dat we niet meer vissen vangen dan onafhankelijke ecologen verantwoord vinden. En als wetenschappelijke gegevens onvoldoende beschikbaar zijn, wordt er niet gevist."
  3. "Nederland maakt zich hard voor ambitieuze IMVO-wetgeving. Belangrijke EU-regels, zoals de anti-wegkijkwet en anti-ontbossingswet, worden niet verzwakt maar juist aangescherpt. Parallel aan de invoering van nationale en Europese IMVO-wetgeving zet Nederland in op internationaal bindende afspraken voor multinationale ondernemingen in het kader van de onderhandelingen voor een VN-verdrag 'mensenrechten en bedrijfsleven'. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt gerespecteerd, producenten in ontwikkelingslanden krijgen hulp om hieraan te voldoen."
  4. "Nederland pleit er in de EU voor dat de Richtlijn industriële emissies de strengst mogelijke eisen stelt aan industriële installaties en intensieve veehouderijen, om dierenwelzijn, de gezondheid van mens en dier en de leefomgeving te beschermen."