Toekomstige bekostiging van huisartsenzorg

De regering moet bij de nieuwe betaling voor huisartsenzorg het basisaanbod centraal stellen. De NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) moet hierbij rekening houden met de randvoorwaarden voor goede zorg. Dit is nodig voor de samenwerking en afstemming binnen het zorgnetwerk.

Motie van het lid Bushoff over het basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg als inhoudelijk uitgangspunt nemen bij de toekomstige bekostiging van de huisartsenzorg

De kamer, constaterende dat de huisartsenzorg een essentiële rol vervult in een toegankelijke, continue en persoonsgerichte eerstelijnszorg; overwegende dat de bekostiging van huisartsen voldoende ruimte moet bieden voor de capaciteit en randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor zowel de directe patiëntenzorg als de samenwerking, afstemming en coördinatie in het regionale en lokale zorgnetwerk; overwegende dat bij een toekomstbestendig bekostigingsmodel niet alleen historische kosten en productie, maar ook de inhoud en randvoorwaarden van het te leveren basisaanbod en relevante toekomstige ontwikkelingen het uitgangspunt moeten vormen; verzoekt de regering om bij de uitwerking van de toekomstige bekostiging van de huisartsenzorg het basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg als inhoudelijk uitgangspunt te nemen en de NZa te verzoeken daarbij rekening te houden met de randvoorwaarden die huisartsen nodig hebben om hun rol adequaat te vervullen, waaronder samenwerking, afstemming en coördinatie met andere partijen in zorg en sociaal domein.
23 september | PRO | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij beschouwt eerstelijnszorg, zoals de huisarts, als essentieel voor een gezonde samenleving [2]. De partij wil de eerstelijnszorg versterken door de samenwerking tussen huisartsen en andere zorgverleners, zoals wijkverplegers, apotheken en welzijnswerkers, te verbeteren [1]. Daarnaast is de partij van mening dat zorg georganiseerd moet worden rondom de mensen, waarbij de juiste zorg op de juiste plek wordt geleverd door middel van meer samenwerking [3].

Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in het programma te vinden die de noodzaak van een passend bekostigingsmodel voor samenwerking en coördinatie in de eerstelijnszorg tegenspreken.

Bronnen:

  1. "We willen de eerstelijnszorg versterken door een betere samenwerking tussen huisartsen en wijkverplegers, apotheken, welzijnswerkers, diëtisten, fysiotherapeuten,ambulante ggz, specialisten ouderengeneeskunde en casemanagers dementie. Zorg willen we meer inrichten in de buurt, met mogelijkheden tot maatwerk. Er worden hiervoor structurele afspraken tussen overheid en zorgverzekeraars gemaakt."
  2. "Eerstelijnszorg zoals de huisarts, apotheek of wijkverpleging is essentieel voor een gezonde samenleving. Samen met welzijnswerk en mantelzorgers is dit het eerste aanspreekpunt voor mensen met een zorgvraag. Zo kunnen professionals vroegtijdig medische of sociale problematiek signaleren, problemen bij de oorzaak aanpakken, hun poortwachtersfunctie vervullen, en mensen na een specialistische behandeling snel en goed weer op de been helpen."
  3. "Om de zorg betaalbaar, bereikbaar en goed te houden moeten we andere keuzes maken. We willen dat de juiste zorg op de juiste plek wordt verleend. Door meer samen te werken hoeft niet iedereen alle zorg aan te bieden. Hoog-complexe zorg concentreren we meer en laagcomplexe zorg bieden we breder aan. De hele mens moet weer centraal komen te staan. We moeten af van het denken in gebouwen en de zorg organiseren om de mensen heen, op de plek waar dat nodig is."