Toekomstige bekostiging van huisartsenzorg

De regering moet bij de nieuwe betaling voor huisartsenzorg het basisaanbod centraal stellen. De NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) moet hierbij rekening houden met de randvoorwaarden voor goede zorg. Dit is nodig voor de samenwerking en afstemming binnen het zorgnetwerk.

Motie van het lid Bushoff over het basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg als inhoudelijk uitgangspunt nemen bij de toekomstige bekostiging van de huisartsenzorg

De kamer, constaterende dat de huisartsenzorg een essentiële rol vervult in een toegankelijke, continue en persoonsgerichte eerstelijnszorg; overwegende dat de bekostiging van huisartsen voldoende ruimte moet bieden voor de capaciteit en randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor zowel de directe patiëntenzorg als de samenwerking, afstemming en coördinatie in het regionale en lokale zorgnetwerk; overwegende dat bij een toekomstbestendig bekostigingsmodel niet alleen historische kosten en productie, maar ook de inhoud en randvoorwaarden van het te leveren basisaanbod en relevante toekomstige ontwikkelingen het uitgangspunt moeten vormen; verzoekt de regering om bij de uitwerking van de toekomstige bekostiging van de huisartsenzorg het basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg als inhoudelijk uitgangspunt te nemen en de NZa te verzoeken daarbij rekening te houden met de randvoorwaarden die huisartsen nodig hebben om hun rol adequaat te vervullen, waaronder samenwerking, afstemming en coördinatie met andere partijen in zorg en sociaal domein.
23 september | PRO | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar zorg die dichtbij de mensen staat, waarbij de huisarts een betrokken en toegankelijke zorgverlener moet zijn [2]. Er wordt gepleit voor meer tijd voor de patiënt bij de huisarts om betere zorg te leveren en specialistische zorg te voorkomen [1]. De partij legt de nadruk op passende zorg en het voorkomen van onnodige medicalisering [3], waarbij de huisarts een belangrijke rol speelt bij de begeleiding en nazorg [6] en door de inzet van praktijkondersteuners [4]. Daarnaast benadrukt de partij het belang van samenwerking tussen verschillende professionele partijen in de keten [7] en tussen zorg- en welzijnsorganisaties [5].

Argumenten tegen: De beschikbare fragmenten bevatten geen argumenten tegen het uitgangspunt van inhoudelijke bekostiging of de noodzaak van samenwerking en coördinatie binnen het zorgnetwerk.

Bronnen:

  1. "De huisarts blijft waar hij voor is bedoeld: dichtbij en toegankelijk. Meer tijd voor de patiënt bij de huisarts levert betere zorg op en voorkomt meer specialistische zorg. Het dreigend tekort aan huisartsen is een nijpend probleem als fundamentele schakel in de geneeskundige zorg. We maken er prioriteit van om de overnames van huisartsenpraktijken door investeringsmaatschappijen te stoppen. We beperken de winstuitkering tot het gebruikelijk loon voor eigenaren."
  2. "Wij willen zorg dichtbij mensen. Veel zorg is (gelukkig) informeel en nabij: buurtbewoners die boodschappen doen voor een oudere met beginnende dementie of een groep vrijwilligers die een vervuild huis schoonmaken. Ook formele zorg moet dichtbij georganiseerd zijn. Een huisarts die zijn patiënten kent, betrokken is en goed helpt of verwijst. De wijkverpleegkundige die regelmatig langskomt en naast de zorgtaken ook tijd heeft voor een praatje. De jongen met een beperking die samen met andere kinderen kan spelen in de speeltuin. De psycholoog die in de wijk samenwerkt met andere hulpverleners."
  3. "Personeelstekorten, stijgende zorgkosten en vergrijzing dwingen om na te denken over wat passende zorg is en wat niet. Professionele zorg kan niet alles oplossen. Bovendien staat van te veel medische behandelingen niet vast of ze effectief zijn en voor wie. Daarnaast vergroot en/of verlengt overbehandeling het lijden van de patiënt. Kosten-effectiviteitsstudies die bepalend zijn voor de keuzes voor het zorgverzekeringspakket nemen daarom ook een betekenisvol leven als uitgangspunt. Het Zorginstituut krijgt meer instrumenten om dit te sturen zodat alleen passende zorg in het zorgverzekeringspakket zit. De arts bepaalt samen met de patiënt of behandelen echt nodig is voor goede zorg. Richtlijnen in de zorg zijn niet alleen gericht op 'doen', maar ook op 'laten'."
  4. "Ongeveer 1 op de 13 Nederlanders maakt jaarlijks gebruik van GGZ. Deze zorg is hard nodig, zeker voor de meest kwetsbare cliënten. Tegelijkertijd zijn de wachtlijsten fors en is er een gebrek aan capaciteit. Dat vraagt een andere benadering van omgaan met GGZvraagstukken om onnodige medicalisering van levensvragen tegen te gaan. Er komen meer praktijkondersteuners GGZ bij de huisarts om verergering van mentale gezondheidsproblemen en inzet van zwaardere gespecialiseerde zorg te voorkomen. Herstelacademies gerund voor en door mensen met een psychische kwetsbaarheid krijgen prioriteit in de financiering. Voor ernstig psychiatrische patiënten komt er een adequaat en landelijk dekkend systeem waarvan de financiering op beschikbaarheid wordt geregeld. Er komt een einde aan de cherry-picking door GGZinstellingen. Zorgaanbieders blijven patiënten ondersteunen in hun zoektocht naar passende zorg, ook als de zorgaanbieder zelf niet de beste zorg kan bieden."
  5. "Geclusterd wonen van ouderen met een (beginnende) zorgvraag gebeurt nog op te kleine schaal. Daarom maakt elke gemeente afspraken met zorg- en welzijnsorganisaties, kerken, woningcorporaties en verenigingen over huisvesting, zinvolle dagbesteding, bestrijding van eenzaamheid en de invulling van zorg en ondersteuning. Deze afspraken gaan ook over gezamenlijke zorgfinanciering en de bouw van geclusterde woningen waar verpleeghuiszorg thuis geleverd kan worden. Gemeenten krijgen meer beleidsruimte om echt regie te kunnen nemen."
  6. "Het voorkomen van onbedoelde en ongewenste zwangerschappen staat centraal. Vormen van anticonceptie die bijdragen aan een afname van ongewenste zwangerschappen en abortussen en zelf geen abortieve werking hebben, worden opgenomen in het basispakket. Succesvolle preventieprogramma's, zoals 'Nu niet zwanger', breiden we uit. Daarnaast investeren we in voorlichting via scholen, huisartsen en verenigingen. De beste manier om begeleiding, counseling en nazorg voor onbedoeld zwangere vrouwen (en betrokken vaders) te waarborgen, is via de huisarts."
  7. "Uithuisplaatsing is een buitengewoon ingrijpende gebeurtenis, juist omdat die de bloedband en het diepe emotionele verbond tussen ouder en kind verbreekt. Niet voor niets is het recht op gezinsleven verankerd in mensenrechtenverdragen. Uithuisplaatsing is een allerlaatste optie wanneer de veiligheid van een kind op het spel staat. Samen met de jongere en de ouder(s) moet eerst alles op alles worden gezet om te voorkomen dat dit nodig is. Jeugdzorgorganisaties die hier succesvol werk van maken, worden beloond. Als uithuisplaatsing onvermijdelijk is, zijn pleeggezinnen en gezinshuizen te prefereren boven opvang in een instelling. Er wordt zo snel als mogelijk gewerkt aan wat er nodig is om een kind weer bij de eigen ouders op te laten groeien. De rechtsbescherming van kinderen en ouders wordt fors verbeterd. Gesloten jeugdzorg wordt zorgvuldig afgebouwd. Er komt passende aanvullende financiering voor het toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming, waarbij professionals in de keten veel beter samenwerken rond een gezin. Een stelselwijziging is geen doel op zich."