De regering moet bij de nieuwe betaling voor huisartsenzorg het basisaanbod centraal stellen. De NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) moet hierbij rekening houden met de randvoorwaarden voor goede zorg. Dit is nodig voor de samenwerking en afstemming binnen het zorgnetwerk.
Motie van het lid Bushoff over het basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg als inhoudelijk uitgangspunt nemen bij de toekomstige bekostiging van de huisartsenzorg
De kamer,
constaterende dat de huisartsenzorg een essentiële rol vervult in een
toegankelijke, continue en persoonsgerichte eerstelijnszorg;
overwegende dat de bekostiging van huisartsen voldoende ruimte moet
bieden voor de capaciteit en randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor
zowel de directe patiëntenzorg als de samenwerking, afstemming en
coördinatie in het regionale en lokale zorgnetwerk;
overwegende dat bij een toekomstbestendig bekostigingsmodel niet
alleen historische kosten en productie, maar ook de inhoud en randvoorwaarden van het te leveren basisaanbod en relevante toekomstige
ontwikkelingen het uitgangspunt moeten vormen;
verzoekt de regering om bij de uitwerking van de toekomstige bekostiging
van de huisartsenzorg het basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg als
inhoudelijk uitgangspunt te nemen en de NZa te verzoeken daarbij
rekening te houden met de randvoorwaarden die huisartsen nodig
hebben om hun rol adequaat te vervullen, waaronder samenwerking,
afstemming en coördinatie met andere partijen in zorg en sociaal domein.
Argumenten voor: De partij streeft naar een financieringsmodel waarbij de behoeften van een wijk of buurt leidend zijn, in plaats van het aantal ingeschreven patiënten [2][1]. Zij willen dat de eerstelijnszorg, zoals de huisartsenzorg, nauw samenwerkt met sociaal werk op buurtniveau [4]. Daarnaast wil de partij de zorg organiseren als een publieke basisvoorziening en marktwerking en productie-gestuurde bekostiging tegengaan [3][5].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen de inhoud van de motie ingaan.
Bronnen:
"Huisartsen krijgen nu betaald naar het aantal ingeschreven patiënten, maar door de financiering nóg meer af te stemmen op wat een buurt of wijk nodig heeft aan zorg, kunnen huisartsenzorg, preventie en sociaal werk beter samenwerken. Er komen meer huisartsen, vooral in gebieden waar tekorten zijn. Huisartsen krijgen meer tijd voor patiënten. Het aantal patiënten per praktijk wordt niet zozeer leidend en durfinvesteerders worden geweerd."
"Wanneer mensen met psychische of fysieke klachten snel bij een sociaal werker of huisarts in hun eigen wijk terecht kunnen, voorkomt dat erger. Wanneer mensen al vroeg hulp kunnen krijgen, zorgt dat ervoor dat er later geen zware medicijnen of operaties nodig zijn. De eerstelijnszorg, zoals huisartsen en praktijkondersteuners, is cruciaal om ziektes vroeg op te sporen. Het beste doen huisartsen dit samen met bijvoorbeeld sociaal werkers en wordt die zorg bekostigd voor de hele populatie van een wijk, niet op basis van het aantal ingeschreven patiënten, zoals nu het geval is."
"Het huidige bekostigingssysteem beloont volume en complexiteit: meer of duurdere behandelingen leveren meer op voor de zorgaanbieder. Daardoor verschuift de aandacht van passende zorg naar productie, wat de zorg duurder maakt en leidt tot bezuinigingen. En deze bezuinigingen raken vooral mensen met een laag inkomen of zorgen voor een langere wachttijd. Essentiële zorg - zoals ouderenzorg of huisartsenzorg - hoort niet afhankelijk te zijn van marktprikkels. We organiseren deze zorg daarom als publieke basisvoorziening, lokaal en toegankelijk voor iedereen."
"Daarom investeren we op buurtniveau in jeugdwerk, schuldhulpverlening en eerstelijnszorg. We zorgen ervoor dat op buurtniveau wordt ingezet op gezondheid van mensen. In gezondheidscentra werken niet alleen huisartsen maar ook sociaal werkers. Sociaal werk wordt meer geïntegreerd in het overige zorgaanbod. Wanneer psychosociale klachten op tijd worden herkend, kunnen ergere problemen voorkomen worden. Hier wordt meer structurele financiering voor vrijgemaakt, te beginnen bij 2% van het budget van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)."
"De zorg is geen markt, maar een basisvoorziening. Marktwerking hoort niet thuis in de zorg. Het jaagt kosten op, legt druk op zorgverleners en leidt af van waar het echt om zou moeten draaien: goede zorg voor iedereen. We halen marktwerking daarom zo veel als kan uit de zorg en verdelen de kosten eerlijk. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Mensen met meerdere chronische ziektes en een laag inkomen betalen op dit moment te veel zorgkosten. Dat vergroot niet alleen de ongelijkheid in gezondheid, maar ook in inkomen. Zorggeld moet terechtkomen waar het thuishoort: bij de zorgprofessionals die elke dag het verschil maken. Private investeerders en malafide zorgaanbieders hebben niets te zoeken in de zorg. We zorgen ervoor dat mensen die in de zorg werken een eerlijk loon krijgen, een vast contract of stabiel inkomen, en meer inspraak over hun werkzaamheden."