36-urige werkweek voor de zorg op de BES-eilanden

De regering moet extra geld vrijmaken voor een 36-urige werkweek in de zorg op de BES-eilanden. Dit zorgt voor gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor zorgmedewerkers. Zo wordt de zorg op de eilanden toekomstbestendig en wordt de kwetsbare arbeidsmarkt versterkt.

Motie van het lid Van Brenk over structureel aanvullende middelen voor een 36-urige werkweek voor de zorg op de BES-eilanden

De kamer, constaterende dat zorgmedewerkers op de BES-eilanden een 40-urige werkweek hebben, terwijl een 36-urige werkweek in de zorg in Europees Nederland breed gangbaar is en deze arbeidsduur ook bij andere publieke werkgevers op de eilanden is ingevoerd; overwegende dat gelijkwaardige zorg voor de inwoners van Caribisch Nederland vraagt om gelijkwaardige en toekomstbestendige arbeidsvoorwaarden voor de professionals die deze zorg leveren; overwegende dat de arbeidsmarkt op de eilanden kwetsbaar is; constaterende dat de reguliere OVA-financieringssystematiek geen ruimte biedt; verzoekt de regering om structureel aanvullende financiële middelen beschikbaar te stellen die nodig zijn om een 36-urige werkweek met behoud van salaris verantwoord in te voeren.
23 september | 50PLUS | Verworpen: 35–115 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij erkent een bijzondere verantwoordelijkheid voor de drie bijzondere gemeenten in Caribisch Nederland [1]. Er wordt gestreefd naar het in lijn brengen van regelingen met die in Europees Nederland [1]. Daarnaast wordt de groeiende vraag naar personeel in publieke sectoren zoals de zorg beschreven als een grote puzzel voor de arbeidsmarkt die een gezamenlijke aanpak behoeft [2]. Tot slot wordt solidariteit met het Caribisch deel van het Koninkrijk benoemd als uitgangspunt om uitdagingen op de eilanden aan te pakken [3], waarbij het koloniale verleden als bron voor bijzondere verplichtingen wordt gezien [4].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die de motie tegen zouden zijn.

Bronnen:

  1. "We dragen bijzondere verantwoordelijkheid voor de drie bijzondere Nederlandse gemeenten in Caribisch Nederland. De demografische ontwikkelingen op de eilanden vragen om duidelijk beleid. Het leven in de Caribische landsdelen is te duur. We schrappen zoveel mogelijk dubbele importtarieven die de kosten van levensonderhoud onnodig opvoeren. De lokale productie van energie, voedsel en drinkwater wordt ondersteund. We bouwen meer sociale huurwoningen, verbeteren de betaalbaarheid van huren, bijvoorbeeld via huursubsidie, en voeren de Woningwet BES in. De inkomens van werkenden, bijstandsgerechtigden en gepensioneerden omhoog zodat mensen in hun levensonderhoud kunnen voorzien. We introduceren een WW-uitkering op de BES en streven ernaar de onderstand (bijstand) en AOV (AOW) in lijn te brengen met de regelingen zoals die in Europees Nederland gelden. Het aantal zwangerschapsafbrekingen op de BES moet dalen. Er komt betere ondersteuning van jonge ouders, meer hulp voor zwangere vrouwen en verbeterde seksuele voorlichting."
  2. "De krimpende beroepsbevolking, bestaande arbeidsmarktkrapte, grote maatschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld verduurzaming) en groeiende vraag naar personeel in publieke sectoren zoals defensie en zorg, is een grote puzzel voor de arbeidsmarkt en economie. Deze structurele krapte vraagt om een gezamenlijke, met 'de polder' gedragen, aanpak. Werkgevers, werknemers, overheid en maatschappelijke organisaties maken samen de arbeidsmarkt toekomstbestendig. In goed polderoverleg maken we eerlijke keuzes over hoe we arbeid anders organiseren, arbeid eerlijker verdelen en welke prioriteiten we stellen in publieke dienstverlening. Arbeidsmigratie is daarbij geen eenvoudig antwoordvoor de oplossing van onze structurele tekorten."
  3. "Hoewel duizenden kilometers uit elkaar gelegen, is Nederland onlosmakelijk verbonden met het Caribisch deel van het Koninkrijk. Vanuit solidariteit en wederzijds respect werken we aan goede oplossingen voor de uitdagingen op de eilanden, zoals huisvesting, armoedebestrijding, klimaatverandering en milieuvraagstukken. Daarin moet er blijvend oog zijn voor de wonden die de koloniale band en het slavernijverleden hebben achtergelaten."
  4. "Het koloniale verleden van Nederland in Indonesië, Suriname en de Caribische delen van ons koninkrijk schept bijzondere verplichtingen jegens die landen en haar inwoners. We erkennen de zonde van het slavernijverleden en hebben oog voor de wijze waarop dit nog altijd doorwerkt in onze samenleving. Daarom wordt er geïnvesteerd in educatie en in herdenken en vieren (Keti Koti). En de verblijfsregeling voor ongedocumenteerd geraakte Surinaamse oud-Nederlanders wordt tijdelijk hervat."