De regering moet onderzoeken hoe de Kansspelautoriteit (KSA) een onafhankelijk risicomodel kan gebruiken voor toezicht op gokbedrijven. Dit model van de Universiteit van Amsterdam helpt bij het opsporen van problematisch gokgedrag. Hierdoor kan de KSA de zorgplicht van gokaanbieders beter controleren zonder afhankelijk te zijn van de eigen gegevens van de gokbedrijven.
Motie van de leden Bikker en Diederik van Dijk over in kaart brengen hoe en wanneer de Kansspelautoriteit het opensourcerisicomodel van de UvA kan gebruiken
De kamer,
constaterende dat buitenlands onderzoek laat zien dat ongeveer 60% van
de onlinecasino-omzet afkomstig is van spelers die langdurig gokken, met
grote financiële, psychische en sociale problemen ten gevolg;
constaterende dat het voor onlinegokbedrijven mogelijk is om aan de
hand van gebruikersdata onlinereclames te richten op mensen met
verslavingsgevoeligheid zonder daarbij zelf de verantwoordelijkheid bij
risicosignalering op zich te nemen, zoals The New York Times rapporteert
over het Amerikaanse onlinegokplatform DraftKings;
constaterende dat onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam een
opensourcerisicomodel hebben ontwikkeld dat op basis van daadwerkelijk
speelgedrag problematisch gokgedrag bij online kansspelen kan
signaleren;
overwegende dat dit model, in tegenstelling tot de risicomodellen van
aanbieders zelf, openbaar en onafhankelijk is en daarmee de Kansspelautoriteit een eigen, niet van de sector afhankelijk referentiekader biedt om
vroegtijdig te signaleren en te handhaven;
verzoekt de regering in kaart te brengen hoe en op welke termijn de
Kansspelautoriteit dit opensourcemodel kan gaan gebruiken bij het
toezicht op de zorgplicht van vergunninghouders, en de risicoscores van
het model periodiek te laten vergelijken met de eigen risico-inschattingen
van aanbieders.
Argumenten voor: De partij streeft naar consumentenbescherming in de digitale wereld en wil de uitholling van consumentenrechten daarin stoppen [1]. Daarnaast wil de partij de macht van grote digitale spelers beperken [2] en de scheve machtsverhoudingen tussen bedrijven en consumenten in de digitale wereld aanpakken [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten tegen het versterken van toezicht op digitale diensten of het beschermen van consumenten.
Bronnen:
"Consumentenbescherming geldt ook voor digitale producten. We stoppen de uitholling van consumentenrechten in de digitale wereld. Wanneer je online een product koopt, ben je de eigenaar van dat product. We maken een einde aan geplande veroudering en zetten in op duurzaamheid, ook digitaal. We stellen strengere regulering op voor de wildgroei van abonnementsdiensten (software as a service) die consumenten afhankelijk maakt van techbedrijven. Ook breken we de scheve machtsverhouding waarbij bedrijven digitaal zeggenschap blijven behouden over fysiek aangekochte producten. Zo moeten bijvoorbeeld 'slimme' fysieke apparaten ontgrendeld kunnen worden voor software of navullingen van derden."