Meer ontwikkelingsgeld naar de armste landen

De regering moet bij de Europese begrotingsonderhandelingen eisen dat 50% van het ontwikkelingsgeld (ODA) naar de armste landen gaat. Private bedrijven investeren daar te weinig vanwege de hoge risico's. Juist deze landen worden het hardst geraakt door klimaatverandering en conflicten.

Motie van de leden Dobbe en Van Baarle over pleiten voor een minimumbestedingspercentage van 50% van ODA-bestedingen aan de least developed countries

De kamer, constaterende dat een groeiend deel van de middelen voor ontwikkelingssamenwerking wordt ingezet via investeringsinstrumenten zoals de Global Gateway; overwegende dat private investeringen vaak onvoldoende van de grond komen in de armste en meest fragiele landen vanwege hoge risico’s; overwegende dat juist deze landen onevenredig zwaar worden getroffen door bijvoorbeeld conflict en klimaatverandering; verzoekt de regering tijdens de lopende onderhandelingen voor het Meerjarig Financieel Kader van de EU te pleiten voor een minimumbestedingspercentage van 50% van ODA-bestedingen aan de least developed countries.
1 oktober | SP, DENK |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil de internationale samenwerking herorganiseren om langdurige investeringen en een sterke impact mogelijk te maken [2]. Daarnaast is er een streven naar gerichte investeringen in publieke goederen en infrastructuur [1].

Argumenten tegen: De partij wijst op de grote budgettaire opgave en de noodzaak om keuzes te maken om binnen de door Europa gestelde begrotingsruimte te blijven [3].

Bronnen:

  1. "Onze gezamenlijke groene en digitale toekomst vraagt om gerichte investeringen in publieke goederen, zoals eigen digitale technologie, infrastructuur en elektriciteitsnetten. D66 wil jaarlijks €750 tot €800 miljard euro extra aan Europese investeringen. Dat financieren we met gezamenlijke leningen."
  2. "In de afgelopen periode is veel schade aangericht door bezuinigingen op internationale samenwerking. We laten zien hoe het wél kan en zien kans voor vernieuwing van internationale samenwerking. We zetten een significante stap naar herstel van het budget naar 0,7% van het bbp. We organiseren internationale samenwerking (ontwikkelingssamenwerking) anders, zodat we langdurige investeringen en sterke impact mogelijk maken. We maken duidelijke keuzes over de gebieden waarin we investeren en met welke internationale partners we dat doen. We hebben specifiek aandacht voor de rol en rechten van vrouwen."
  3. "We staan in Nederland voor een grote budgettaire opgave. Als we niets doen, loopt de staatsschuld op. Onze kinderen en kleinkinderen moeten dat betalen. Daarnaast vraagt de NAVO ons om meer geld vrij te maken voor defensie. Voor onze veiligheid zetten we ons hier vol voor in. Om onze economie blijvend te laten bloeien moeten we dus keuzes maken. We beperken de stijging van de zorgkosten. We investeren in het klimaat, in het bouwen van huizen, in het onderwijs, en in het herstel van de natuur en daarmee het doorbreken van de stikstofimpasse. De plannen van D66 blijven binnen de door Europa gestelde begrotingsruimte, zodat Nederland verantwoord investeert in de toekomst."