Meer ontwikkelingsgeld naar de armste landen

De regering moet bij de Europese begrotingsonderhandelingen eisen dat 50% van het ontwikkelingsgeld (ODA) naar de armste landen gaat. Private bedrijven investeren daar te weinig vanwege de hoge risico's. Juist deze landen worden het hardst geraakt door klimaatverandering en conflicten.

Motie van de leden Dobbe en Van Baarle over pleiten voor een minimumbestedingspercentage van 50% van ODA-bestedingen aan de least developed countries

De kamer, constaterende dat een groeiend deel van de middelen voor ontwikkelingssamenwerking wordt ingezet via investeringsinstrumenten zoals de Global Gateway; overwegende dat private investeringen vaak onvoldoende van de grond komen in de armste en meest fragiele landen vanwege hoge risico’s; overwegende dat juist deze landen onevenredig zwaar worden getroffen door bijvoorbeeld conflict en klimaatverandering; verzoekt de regering tijdens de lopende onderhandelingen voor het Meerjarig Financieel Kader van de EU te pleiten voor een minimumbestedingspercentage van 50% van ODA-bestedingen aan de least developed countries.
1 oktober | SP, DENK |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij streeft naar investeringen in vrede en veiligheid door middel van ontwikkelingssamenwerking, diplomatie en wederopbouw, waarbij specifiek wordt ingezet op fragiele staten [2]. Daarnaast is er een sterke nadruk op klimaatverantwoordelijkheid voor het mondiale Zuiden [1] en het creëren van gelijkwaardige partnerschappen waarbij de behoeften van de landen zelf centraal staan en de schuldenlast van de armste landen wordt verlicht [3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het toewijzen van meer middelen aan de armste landen.

Bronnen:

  1. "Klimaatrechtvaardigheid. De landen in het mondiale Zuiden dragen het minst bij aan de klimaatcrisis maar lijden er het meest onder. Nederland heeft als voormalige koloniale mogendheid en als grootvervuiler een historische verantwoordelijkheid. Wij dragen méér bij dan de internationale afspraken van ons verwachten en erkennen dit als een kwestie van herstel wegens onze historische verplichtingen, niet van liefdadigheid. Daarom investeert Nederland structureel in het Klimaatschadefonds én zet zich in voor herstelbetalingen voor regio's en mensen die getroffen zijn door de klimaatcrisis. Een belangrijk deel hiervan is het drastisch verminderen van het grondstoffenverbruik in het mondiale noorden."
  2. "Investeren in vrede. We voeren een actieve vredespolitiek. Voor vrede en veiligheid is meer nodig dan enkel de krijgsmacht. Veiligheid thuis begint bij een inzet op vrede en veiligheid overal ter wereld. Met voldoende middelen voor ontwikkelingssamenwerking en diplomatie, conflictpreventie en wederopbouw bieden we mensen perspectief, voorkomen we conflicten en bouwen we aan vertrouwen in landen en regio's waar Rusland en China invloed winnen. Er wordt een degelijk gefinancierde fragiele staten eenheid opgezet."
  3. "Gelijkwaardige partnerschappen. We erkennen de ongelijke machtsverhoudingen uit het koloniale verleden die nog steeds bestaan tussen Europa en het mondiale Zuiden en zetten ons in voor gelijkwaardige relaties. Ontwikkelingshulp gaat weer ontwikkelingssamenwerking heten. We gaan sterker af op de behoeften van landen zelf en niet op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. We praten daarbij niet alleen met regeringen, maar ook met het maatschappelijk middenveld, kwetsbare gemeenschappen en ondervertegenwoordigde groepen, zoals vrouwen, jongeren en inheemse groepen. Instituten zoals de Wereldbank, het IMF en de WTO moeten worden hervormd zodat landen uit het Mondiale Zuiden meer te zeggen krijgen. We zetten ons in voor kwijtschelding van de torenhoge schuldenlast van de armste landen en maken hier afspraken over met hen."