Het kabinet moet bij de ETS-onderhandelingen (het systeem voor de handel in uitstoot) inzetten op het beprijzen van niet-CO2-effecten van de luchtvaart zodra daarvoor voldoende gegevens zijn. De klimaatimpact van vliegen komt namelijk grotendeels door deze effecten, maar die worden nu nog niet in de prijs meegenomen.
Motie van de leden Van Oosterhout en Kröger over zich in het kader van de ETS-onderhandelingen hardmaken voor het beprijzen van niet-CO2-effecten van de luchtvaart
De kamer,
overwegende dat de klimaatimpact van de luchtvaart voor een groot deel
komt door zogenaamde niet-CO2-effecten;
constaterende dat deze effecten nu niet wordt meegenomen in de
beprijzing van ETS, terwijl de benodigde gegevens al verzameld worden;
verzoekt het kabinet om zich in het kader van de ETS-onderhandelingen
hard te maken voor het beprijzen van niet-CO2-effecten van de luchtvaart
zodra de benodigde gegevens er zijn om te beoordelen of dit effectief en
haalbaar is, en de Kamer daarover te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een optimale beprijzing op Europees niveau [1] en stelt dat een gezamenlijk klimaatbeleid op Europees niveau noodzakelijk is voor effectiviteit [2].
Argumenten tegen: De partij is tegen maatregelen die voortkomen uit de wens om voorop te lopen en de welvaart zouden kunnen aantasten [3].
Bronnen:
"Het optimaal beprijzen van CO2 op Europees niveau, zodat CO2-reductie wordt versneld zonder de concurrentiepositie van Nederland aan te tasten."
"Gezamenlijk klimaatbeleid op Europees of wereldwijd niveau, anders is het niet effectief."
"De wens om voorop te lopen, vaak met symboolpolitiek, was sterker dan een werkelijke toewijding aan vermindering van de CO2-uitstoot of aan het beschermen van de Nederlandse welvaart. Dat vraagt om nieuwe maatregelen en correctie van al bestaande maatregelen."