Klimaatimpact van vliegen beprijzen

Het kabinet moet bij de ETS-onderhandelingen (het systeem voor de handel in uitstoot) inzetten op het beprijzen van niet-CO2-effecten van de luchtvaart zodra daarvoor voldoende gegevens zijn. De klimaatimpact van vliegen komt namelijk grotendeels door deze effecten, maar die worden nu nog niet in de prijs meegenomen.

Motie van de leden Van Oosterhout en Kröger over zich in het kader van de ETS-onderhandelingen hardmaken voor het beprijzen van niet-CO2-effecten van de luchtvaart

De kamer, overwegende dat de klimaatimpact van de luchtvaart voor een groot deel komt door zogenaamde niet-CO2-effecten; constaterende dat deze effecten nu niet wordt meegenomen in de beprijzing van ETS, terwijl de benodigde gegevens al verzameld worden; verzoekt het kabinet om zich in het kader van de ETS-onderhandelingen hard te maken voor het beprijzen van niet-CO2-effecten van de luchtvaart zodra de benodigde gegevens er zijn om te beoordelen of dit effectief en haalbaar is, en de Kamer daarover te informeren.
7 oktober | PRO |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht, inclusief die van de luchtvaart, aanpakken [1]. Zij streven naar een evenwichtiger belasting van vervuiling [3] en willen dat de werkelijke milieukosten van producten worden meegerekend in de prijs [5]. De partij ziet Europese regelgeving voor verduurzaming als een kans [2] en geeft de voorkeur aan beprijzing op Europees niveau om lekeffecten te voorkomen [5].

Argumenten tegen: De partij merkt dat de implementatie van klimaatdoelen complex is [4] en waarschuwt dat nationale heffingen bovenop Europese maatregelen kunnen leiden tot het verplaatsen van vervuiling [2].

Bronnen:

  1. "De Nederlandse lucht is veel te vies. We pakken de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht van de industrie, mobiliteit en luchtvaart aan. Gemeenten moeten voortvarend aan de slag met het Schone Lucht Akkoord."
  2. "We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
  3. "We werken toe naar een evenwichtigere belasting van uitstoot en vervuiling. Daarbij houden we rekening met al bestaande Europese beprijzingsmechanismen. Op vliegtuigbrandstof en -tickets moet na de benodigde verdragswijziging accijns of btw betaald worden. Ook verhogen we de vliegbelasting. Andere fiscale voordelen die leiden tot extra broeikasgasemissies, ook wel fossiele subsidies genoemd, schaffen we af. Milieuvervuiling gaat steviger belast worden, bijvoorbeeld met een NOx-heffing. We belonen duurzamere productie door het invoeren van een belasting op vervuilende verpakkingen. We gaan grond- en leidingwater beter belasten. Accijnzen op tabak en alcohol gaan verder omhoog. Op suiker en andere ongezonde producten worden heffingen ingevoerd om voedselproducenten te stimuleren gezondere producten te maken. We introduceren een verbruiksbelasting op e-sigaretten en verhogen de kansspelbelasting."
  4. "De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
  5. "Duurzame producten die voldoen aan milieu- en productiestandaarden zijn doorgaans duurder dan vervuilende alternatieven of producten waarbij arbeiders worden uitgebuit. We willen dat die kosten worden meegerekend, zodat de werkelijke prijs ('true price') van producten wordt betaald. Dat stimuleert bedrijven om duurzame en eerlijk geproduceerde producten aan te bieden. Bovendien sturen we zo met een simpele maatregel, in plaats van met een web aan rapportageregels en afspraken. Deze vorm van beprijzing vindt idealiter plaats op Europees niveau, om weglekeffecten te voorkomen."