Regenwater bewaren voor de landbouw

De regering moet extra regels maken om regenwater beter te bewaren in de grond. Nu is het beleid vooral gericht op drinkwater. Dit is niet genoeg, omdat droge zomers steeds vaker voorkomen. Door regenwater uit de winter in de grond te laten trekken, blijft er meer zoet water beschikbaar voor de landbouw en de voedselproductie.

Motie van het lid Boelsma-Hoekstra c.s. over aanvullend infiltratiebeleid opstellen ten behoeve van niet-drinkwater in functies

De kamer, constaterende dat een tekort aan zoet water in met name gebieden zonder wateraanvoer, grote schade heeft veroorzaakt in onder andere de akkerbouw en dat Nederland slechts op zeer geringe schaal actief winterse neerslag vasthoudt en bergt, vanwege de historische focus op afvoer van dit «overtollige water» en dat het infiltratiebeleid in Nederland is opgesteld ten behoeve van de productie van drinkwater, waarbij het volksgezondheidsaspect logischerwijs veel gewicht in de schaal legt; overwegende dat 2026 één van de droogste zomers ooit was, dat droge zomers als deze naar verwachting vaker zullen gaan voorkomen en dat het van strategisch en economisch belang is de beschikbaarheid van zoet water te vergroten om onze onafhankelijkheid op het gebied van voedselproductie te borgen; overwegende dat de zoetwaterbeschikbaarheid significant vergroot kan worden door winterse neerslag te infiltreren in de ondergrond en dat het infiltratiebeleid hier niet op is toegesneden, vanwege de nadruk op het volksgezondheidsaspect, maar deze nadruk minder van belang is voor niet-drinkwaterinfiltraties, wat een aangepast infiltratiebeleid daarvoor rechtvaardigt; verzoekt de regering aanvullend infiltratiebeleid op te stellen ten behoeve van niet-drinkwater in functies, zodat het winterse neerslagoverschot actiever benut wordt voor vergroting van de zomerse zoetwaterbeschikbaarheid.
8 oktober | CDA, 50PLUS, CU, D66, JA21, PRO, SGP, VVD | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil de beschikbaarheid van water waarborgen om crises te voorkomen [2] en wil bij de bouw van nieuwe wijken en bedrijventerreinen rekening houden met de beschikbaarheid van water [3]. Daarnaast wil de partij het hergebruik van water stimuleren [1].

Argumenten tegen: De partij waarschuwt voor knellende nationale wet- en regelgeving die de economie en industrie kan schaden [5] en geeft de voorkeur aan doelsturing boven middelvoorschriften [4].

Bronnen:

  1. "Voldoende en schoon drinkwater voor iedereen: We gaan het winnen van nieuwe drinkwatervoorzieningen versnellen door vergunningverlening te simplificeren. Daarnaast stimuleren we hergebruik van water en gaan we de strijd aan tegen vervuiling."
  2. "Nederland is onlosmakelijk verbonden met water. Het is de maritieme (maak-)industrie die ons veel economische groei brengt en de Deltawerken gelden nog steeds als leidend voorbeeld van bescherming tegen hoog water. Het is bovendien van belang dat we ervoor zorgen dat de beschikbaarheid van voldoende drinkwater niet de volgende crisis wordt en belangrijke uitdagingen als het bouwen van nieuwe woningen tegenhoudt."
  3. "Rekening houden met water: We houden bij de bouw van nieuwe wijken of bedrijventerreinen rekening met de kwaliteit van de bodem en beschikbaarheid van water. Bij de bouw van nieuwe woonwijken moet de ontwikkelaar maatregelen nemen om goed om te gaan met extreme regenval en met periodes van droogte en hitte."
  4. "Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
  5. "Van Klimaatwet naar Klimaat- en groeiwet: We bouwen aan een schone én weerbare economie. In onze tijd, met de enorme uitdagingen die we vandaag zien, is de Klimaatwet te eenzijdig gericht op het terugdringen van broeikasgasuitstoot. We zien dat de industrie vertrekt uit Nederland vanwege knellende nationale wet- en regelgeving. Er is geen gelijk speelveld met de rest van Europa. Daarom passen we de Klimaatwet aan naar Klimaat- en groeiwet en voegen we de pijlers energie-onafhankelijkheid en betaalbaarheid toe. We werken door aan het halen van de klimaatdoelen en wegen de andere doelen net zo zwaar. Loopt het uit de pas, komt de betaalbaarheid in het gedrang en vertrekt de industrie daardoor naar het buitenland, dan grijpen we in. We blijven voldoen aan onze Europese verplichtingen op klimaat- en energiegebied."