Onderzoek continuïteit zorg voor kinderen

De regering moet samen met toezichthouders onderzoeken of andere aanbieders van zorg voor meervoudig gehandicapte kinderen risico lopen. Het is belangrijk dat ouders erop kunnen vertrouwen dat deze zorg niet plotseling stopt, zoals eerder gebeurde bij zorgvilla's. De Kamer wil voor het zomerreces weten welke risico's er zijn en hoe de overheid uitval van zorg voorkomt.

Motie van het lid Coenradie c.s. over in beeld brengen of er ook bij andere aanbieders van hoogspecialistische zorg voor meervoudig gehandicapte kinderen risico's bestaan voor de continuïteit van zorg

De kamer, constaterende dat de sluiting van de zorgvilla’s de vraag oproept of ook andere aanbieders van hoogspecialistische zorg voor meervoudig gehandicapte kinderen financieel of organisatorisch kwetsbaar zijn; overwegende dat ouders erop moeten kunnen vertrouwen dat de continuïteit van deze zorg niet onverwacht onder druk komt te staan; verzoekt de regering om in overleg met relevante toezichthouders en andere relevante partijen in beeld te brengen waar bij vergelijkbare aanbieders risico’s bestaan voor de continuïteit van zorg, en de Kamer hierover voor het zomerreces te informeren, met daarbij in ieder geval welke maatregelen worden genomen om uitval van zorg te voorkomen.
2 april | JA21, CU, SP | Aangenomen: 150–0 |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma SGP over dit onderwerp

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Waarom voor? De partij stelt dat wanneer ingrijpen noodzakelijk is in de jeugdzorg, de overheid verantwoordelijk is voor 'deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp' [1]. Het waarborgen van de continuïteit van zorg sluit aan bij deze verantwoordelijkheid om de beschikbaarheid van goede hulp te garanderen.

Waarom tegen? Er is geen directe argumentatie in de verstrekte teksten te vinden die tegen het in kaart brengen van risico's voor zorgaanbieders pleit.

Bronnen:

  1. "Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind." (0.694)