De regering moet een regiegroep oprichten voor testgebieden voor drones. In deze groep werken bedrijven, kennisinstellingen en de overheid samen. Bedrijven kunnen nu namelijk niet goed testen door ingewikkelde regels en een tekort aan ruimte.
Motie van het lid Jagtenberg c.s. over een regiegroep instellen om de publiek-private samenwerking rondom testgebieden voor drones verder vorm te geven
De kamer,
constaterende dat commerciële partijen in Nederland
worden belemmerd bij het testen en experimenteren met drones door
complexe wet- en regelgeving en onvoldoende fysieke
experimenteerruimte;
overwegende dat er op dit moment geen gremium is waarbinnen de gehele
Nederlandse dronesector op reguliere basis samenwerkt met Defensie en de
Nederlandse overheid;
overwegende dat nauwe samenwerking met commerciële partijen en
kennisinstellingen essentieel is om knelpunten nu en in de toekomst te
identificeren en op te lossen;
verzoekt de regering om de publiek-private samenwerking rondom test-
en experimenteergebieden voor drones verder vorm te geven middels een
regiegroep met een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van de
dronesector en kennisinstellingen, en de Kamer jaarlijks te informeren
over de voortgang.
Waarom voor? De partij zet sterk in op innovatie op het gebied van defensietechnologie, waaronder drones [2], en wil investeren vanuit een nationale technologiestrategie door actief samen te werken met commerciële bedrijven en kennisinstellingen [3]. Ook benadrukt de partij het belang van het 'de handen ineenslaan' tussen overheid en bedrijfsleven om innovaties te bevorderen [4].
Waarom tegen? De partij is kritisch op marktwerking en wil 'publieke sturing' en controle over technologische ontwikkelingen van strategisch belang [1]. Men zou kunnen vrezen dat bij een te grote rol voor commerciële partijen in experimenteergebieden de publieke belangen en veiligheidsaspecten onvoldoende gewaarborgd zijn zonder strikte overheidsregie.
Bronnen:
"Veiligheid vereist publieke sturing. Onze veiligheid is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten. We investeren in een onafhankelijkere, moderne defensie-industrie in samenwerking met Europese partners met wie we gezamenlijk inkopen en ontwikkelen. We specialiseren in onze sterke sectoren. Voor Nederland betekent dit investeringen in maritieme en logistieke capaciteiten en de drone-, sensor-, cyber- en ruimtevaarttechnologie. Strategisch relevante defensiebedrijven komen deels in publieke handen via staatsdeelnemingen. We gaan zo prijsopdrijving en overwinsten tegen zodat gemeenschapsgeld bijdraagt aan collectieve veiligheid en niet eindigt in de portemonnee van wapenspeculanten." (0.694)
"Investeren in defensie. We committeren ons aan het verhogen van het defensiebudget naar 3,5% van het bbp vanwege de Russische agressie en de noodzaak om ons onafhankelijker te maken van de Verenigde Staten. De krijgsmacht wordt sterker, groter en moderner, met meer gevechtskracht op land, betere luchtverdediging en sterke maritieme en logistieke capaciteiten. We zetten in op innovatie, bijvoorbeeld op het gebied van drones. Hiermee schrikken we Russische agressie af, voldoen we aan onze NAVO-doelstellingen en kunnen we ons land beter beschermen." (0.689)
"Investeren in onderzoek en innovatie met nationale technologiestrategie. De overheid gaat actief mee-investeren in baanbrekende innovaties: van fundamenteel en praktijkgericht onderzoek op universiteiten en hogescholen tot commerciële toepassing in innovatieve bedrijven." (0.676)
"De handen ineenslaan. Het wordt steeds belangrijker dat we blijven leren, ook als we van school af zijn. Onze productiviteit staat onder druk en we zullen steeds meer te maken krijgen met vergrijzing en krapte. Daarom moet de overheid samen met het bedrijfsleven de handen ineenslaan. Er komt een leerrecht voor iedere Nederlander voor om- en bijscholing. Ook vaardigheden die buiten het directe beroep liggen komen daarvoor in aanmerking. Daarnaast is het steeds belangrijker dat werknemers bijblijven met digitale vaardigheden en innovaties als AI, zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'." (0.661)