Betere samenwerking voor drone-onderzoek

De regering moet een regiegroep opzetten met bedrijven en onderzoekers om het testen met drones te verbeteren. De huidige regels zijn te complex en er is niet genoeg ruimte om te oefenen. Samenwerking is nodig om problemen sneller op te lossen en de sector vooruit te helpen.

Motie van het lid Jagtenberg c.s. over een regiegroep instellen om de publiek-private samenwerking rondom testgebieden voor drones verder vorm te geven

De kamer, constaterende dat commerciële partijen in Nederland worden belemmerd bij het testen en experimenteren met drones door complexe wet- en regelgeving en onvoldoende fysieke experimenteerruimte; overwegende dat er op dit moment geen gremium is waarbinnen de gehele Nederlandse dronesector op reguliere basis samenwerkt met Defensie en de Nederlandse overheid; overwegende dat nauwe samenwerking met commerciële partijen en kennisinstellingen essentieel is om knelpunten nu en in de toekomst te identificeren en op te lossen; verzoekt de regering om de publiek-private samenwerking rondom testen experimenteergebieden voor drones verder vorm te geven middels een regiegroep met een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van de dronesector en kennisinstellingen, en de Kamer jaarlijks te informeren over de voortgang.
13 april | D66, CDA, CU, SGP, VVD | Aangenomen: 144–6 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij stelt dat overheden meer ruimte moeten bieden aan vernieuwende ondernemers om te experimenteren en ideeën uit te wisselen [2]. Daarnaast wordt het belang benadrukt van het vergroten van de ruimte voor experimenten door middel van testopstellingen en innovatiehubs [2]. Het idee van een regiegroep sluit aan bij de visie om verkokering binnen de overheid tegen te gaan door middel van integrale samenwerking en multidisciplinaire eenheden die werken aan grote, strategische opgaven [3]. Ook wordt het belang van publiek-private samenwerking ondersteund als middel om complexe maatschappelijke doelen te bereiken [4].

Argumenten tegen: Er is geen directe tegenargumentatie in het verkiezingsprogramma te vinden die het opzetten van een dergelijke regiegroep of fysieke experimenteerruimte voor drones zou belemmeren. Het enige relevante aspect is de algemene wens om administratieve lastendruk te verminderen [1], waarbij mogelijk kritisch gekeken zou kunnen worden naar het toevoegen van een nieuwe 'regiegroep', mits dit als een onnodige extra administratieve last zou worden ervaren.

Bronnen:

  1. "Er moet een Rijksprogramma Vermindering Administratieve Lastendruk voor ondernemers komen. Ondernemers komen om in de hoeveelheid regelingen. Dit staat innovatie en maatschappelijke impact in de weg. In dit Rijksprogramma moet de overheid inzetten op het zoeken van aansluiting bij andere EU-landen om ondernemen over de grens zo makkelijk mogelijk te maken. Een van de acties is het actief bijdragen aan de implementatie van de European Business Wallet."
  2. "We vergroten de ruimte voor vernieuwende ondernemers om te experimenteren, produceren en ideeën uit te wisselen. Groeiende innovatieve bedrijven zijn gebaat bij snelheid, flexibiliteit en hoogwaardige voorzieningen. We helpen deze ondernemers door voorzieningen zoals kantoren, testopstellingen en kleinschalige productie beschikbaar en betaalbaar te maken in de vorm van innovatiehubs. Hierdoor kunnen innovatieve bedrijven sneller groeien zonder dat er grote kapitaalinvesteringen nodig zijn. Op deze manier brengen ze nieuwe kennis en ideeën sneller naar de markt en kunnen ze groeien in Nederland en de EU. We zetten in op de ontwikkeling van innovatiehubs om bestaande systemen te versterken waarbij we rekening houden met regionale spreiding."
  3. "Volt bestrijdt de hardnekkige verkokering binnen de overheid. De grote uitdagingen van de 21ste eeuw vragen om integrale samenwerking over de grenzen van de departementen heen. Daarom moet het Rijk gaan experimenteren met robuuste, multidisciplinaire eenheden die werken aan grote, strategische opgaven, met langjarige financiering en onder collectieve verantwoordelijkheid van meerdere bewindspersonen."
  4. "De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stimuleert ook de ontwikkeling en bouw van innovatieve woonvoorzieningen die voor specifieke/kwetsbare groepen wonen combineren met zorg. Bijvoorbeeld door het financieren of aangaan van publiek-private samenwerkingen tussen gemeenten en zorgpartners die seniorenwoningen (ver)bouwen waar ook thuiszorg wordt verleend."