Betere samenwerking voor drone-experimenten

De regering moet een regiegroep oprichten voor testgebieden voor drones. In deze groep werken bedrijven, kennisinstellingen en de overheid samen. Bedrijven kunnen nu namelijk niet goed testen door ingewikkelde regels en een tekort aan ruimte.

Motie van het lid Jagtenberg c.s. over een regiegroep instellen om de publiek-private samenwerking rondom testgebieden voor drones verder vorm te geven

De kamer, constaterende dat commerciële partijen in Nederland worden belemmerd bij het testen en experimenteren met drones door complexe wet- en regelgeving en onvoldoende fysieke experimenteerruimte; overwegende dat er op dit moment geen gremium is waarbinnen de gehele Nederlandse dronesector op reguliere basis samenwerkt met Defensie en de Nederlandse overheid; overwegende dat nauwe samenwerking met commerciële partijen en kennisinstellingen essentieel is om knelpunten nu en in de toekomst te identificeren en op te lossen; verzoekt de regering om de publiek-private samenwerking rondom test- en experimenteergebieden voor drones verder vorm te geven middels een regiegroep met een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van de dronesector en kennisinstellingen, en de Kamer jaarlijks te informeren over de voortgang.
13 april | D66, CU, CDA, SGP, VVD |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma SGP over dit onderwerp

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Waarom voor? De SGP stelt dat de overheid de samenleving moet laten opbloeien 'in plaats van dicht te reguleren' en pleit expliciet voor 'Meer vertrouwen en minder regels' [1][4]. Omdat de motie beoogt belemmeringen door complexe regelgeving bij drone-experimenten te verminderen en samenwerking met maatschappelijke actoren te bevorderen, sluit dit aan bij de visie om de samenleving ruimte te geven in plaats van deze dicht te reguleren [1].

Waarom tegen? Er is geen directe tegenargumentatie in de verstrekte fragmenten te vinden die specifiek drones of publiek-private samenwerkingen in deze sector afwijst. De focus op een 'krachtige krijgsmacht' impliceert eerder dat innovatieve samenwerking met commerciële partijen en kennisinstellingen nuttig zou kunnen zijn voor defensiedoeleinden [2][3].

Bronnen:

  1. "In het Israël van het Oude Testament mocht er geen enkele bedelaar zijn: armoede diende krachtig bestreden te worden (Deuteronomium 15:4). De hele samenleving is medeverantwoordelijk voor armoedebestrijding. Daarom verdienen maatschappelijke initiatieven ruim baan. Aan de overheid de taak de samenleving op te laten bloeien in plaats van dicht te reguleren. Te veel huishoudens hebben in ons land te weinig inkomen om van rond te komen." (0.691)
  2. "Nederland en Europa ontwaken uit een geopolitieke winterslaap. De wereldvrede is niet dichterbij gekomen, maar ze lijkt juist verder weg dan ooit. De Russische agressie in Oost-Europa, oorlogen in het Midden-Oosten en Afrika en veranderende geopolitieke verhoudingen eisen meer defensieinzet van Europa. Het behoort tot de kerntaken van de overheid om te zorgen voor een krachtige krijgsmacht." (0.682)
  3. "EU-lidstaten moeten voldoende investeren in Defensie. Er wordt niet gezamenlijk geleend voor Defensieinvesteringen. Gedegen financiën en investeren in de krijgsmacht kunnen goed samengaan." (0.680)
  4. "10.4 Meer vertrouwen en minder regels" (0.677)