Geen gedwongen onteigening voor Defensie

De regering moet in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen gebruik maken van gedwongen onteigening. Dat is het vorderen van grond door de overheid. Er moeten oplossingen komen zonder dwang, omdat onteigening een enorme impact heeft op het leven van bewoners en ondernemers.

Motie van de leden Dobbe en Wiersma over niet overgaan tot gedwongen onteigening

De kamer, constaterende dat voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie locaties zijn geselecteerd waarbij woningen, bedrijven en beschermde natuur plaats zouden moeten maken; overwegende dat gedwongen onteigening een enorme impact heeft op de levens van mensen; verzoekt de regering in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie niet over te gaan tot gedwongen onteigening maar andere oplossingen te zoeken, zonder dwang.
13 april | SP, BBB | Verworpen: 20–130 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: Er is geen directe ondersteuning in de verstrekte fragmenten om gedwongen onteigening te stoppen. De partij zou eventueel kunnen argumenteren vanuit het algemene belang van burgers, maar dit is niet expliciet gekoppeld aan defensie-onteigeningen.

Argumenten tegen: De partij stelt dat 'de krijgsmacht alle ruimte [moet] krijgen om te oefenen' en dat er zelfs 'flexibiliteit in de wetgeving' moet zijn om geen vertraging op te lopen, waarbij Defensie desnoods mag worden uitgezonderd met een beroep op nationale veiligheid [1]. Gedwongen onteigening past in het kader van het bieden van de noodzakelijke ruimte die de partij verlangt voor de nationale veiligheid en militaire gereedheid [2][1].

Bronnen:

  1. "Ruim baan voor militaire oefeningen: De veiligheid van onze militairen staat voorop; zonder training riskeren we de levens van onze mannen en vrouwen in een conflictsituatie. De krijgsmacht moet daarom alle ruimte krijgen om te oefenen. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook in steden en binnen de bebouwde kom. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met de regio. Om onze krijgsmacht in optimale gereedheid te brengen en geen vertraging op te lopen door bureaucratische rompslomp, is flexibiliteit in de wetgeving cruciaal. Daarom willen we in Nederlandse en Europese wetgeving voldoende flexibiliteit in waar en hoe Defensie mogelijke natuurschade compenseert, en de ruimte om desnoods met een beroep op nationale veiligheid Defensie uit te zonderen. De Wet op de defensiegereedheid zet hierin een eerste stap."
  2. "De grootste investering in defensie in decennia: Om de Russische dreiging het hoofd te bieden en onze manier van leven veilig te stellen, moeten we beschikken over een technologisch superieure krijgsmacht. Daarvoor kunnen we niet lui op anderen leunen. We moeten zelf voor onze veiligheid kunnen zorgen, uiteraard samen met onze bondgenoten. Dit vraagt om een forse investering in onze defensie. Een investering van 3,5% is nodig om onze krijgsmacht te moderniseren en onze NAVO-verplichtingen na te komen; een eerlijke contributie is de logische en morele verplichting van elke bondgenoot."