De regering moet bij de uitvoering van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen voorrang geven aan het leger boven maatschappelijke belangen. Projecten voor woningbouw en natuur mogen niet wijken voor defensie, omdat dit schadelijk is voor de toekomst van Nederland.
Motie van de leden Dobbe en Wiersma over geen voorrangs- of uitzonderingspositie voor Defensie ten opzichte van maatschappelijke belangen
De kamer,
constaterende dat maatschappelijke belangen, zoals woningbouw,
mogelijk moeten wijken voor het Nationaal Programma Ruimte voor
Defensie;
overwegende dat dit negatieve effecten heeft voor de toekomst van
Nederland;
verzoekt de regering bij de implementatie van het Nationaal Programma
Ruimte voor Defensie geen voorrangspositie of uitzonderingspositie voor
Defensie te hanteren ten opzichte van maatschappelijke belangen zoals
woningbouw en natuur.
Argumenten voor: De partij stelt dat ruimtelijk rentmeesterschap inhoudt dat we 'verantwoord en eerlijk omgaan met de ruimte' en dat we 'zuinig omgaan met de ruimte die nodig is voor wonen' [2]. Vanuit dit perspectief kan gesteld worden dat bij het maken van keuzes over landgebruik, woningbouw en natuur gelijkwaardig moeten worden behandeld in verhouding tot defensiebelangen, conform het verzoek in de motie.
Argumenten tegen: De partij benadrukt de noodzaak om 'fors meer fysieke ruimte' te realiseren voor defensie om uit te breiden en te kunnen oefenen [1]. Daarnaast stelt de partij dat de krijgsmacht onze vrede en vrijheid beschermt, wat een 'duidelijke taak' is die noodzakelijk is [3]. Een motie die een voorrangspositie voor defensie expliciet uitsluit, kan de noodzakelijke defensie-uitbreiding belemmeren en gaat in tegen het streven om 'binnen de NAVO-norm' te opereren [1].
Bronnen:
"We investeren de komende jaren fors in defensie om te kunnen voldoen aan de NAVO-norm om in 2035 3,5% van ons BBP uit te geven aan defensie en daarnaast 1,5% aan bijvoorbeeld infrastructuur die ook defensie ten goede komt. Naast financiële ruimte is er fors meer fysieke ruimte nodig om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen. De uitbreiding van kazernes en oefenterreinen gebeurt altijd in afstemming met lokale overheden. Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met lokale wensen, bijvoorbeeld als het gaat om infrastructuur. Bij nieuwe kazernes kijken we met nadruk naar gebieden waar deze ook een bijdrage kunnen leveren aan economische ontwikkeling en werkgelegenheid."
"De ruimte in Nederland is schaars en kostbaar. Het vraagt zorgvuldigheid én visie om keuzes te maken over wonen, werken, natuur en infrastructuur. Vanuit christelijk-sociaal gedachtegoed noemen we dat ruimtelijk rentmeesterschap: verantwoord en eerlijk omgaan met de ruimte, met oog voor toekomstige generaties én het geheel van mens, natuur en economie. Dit betekent ook dat we zuinig omgaan met de ruimte die nodig is voor wonen, met respect voor onze historische landschappen."
"De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."