Geen voorrang voor defensie op woningbouw

De regering moet bij de uitvoering van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen voorrang geven aan het leger boven maatschappelijke belangen. Projecten voor woningbouw en natuur mogen niet wijken voor defensie, omdat dit schadelijk is voor de toekomst van Nederland.

Motie van de leden Dobbe en Wiersma over geen voorrangs- of uitzonderingspositie voor Defensie ten opzichte van maatschappelijke belangen

De kamer, constaterende dat maatschappelijke belangen, zoals woningbouw, mogelijk moeten wijken voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie; overwegende dat dit negatieve effecten heeft voor de toekomst van Nederland; verzoekt de regering bij de implementatie van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen voorrangspositie of uitzonderingspositie voor Defensie te hanteren ten opzichte van maatschappelijke belangen zoals woningbouw en natuur.
13 april | SP, BBB | Verworpen: 56–94 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een hoofdrol moet krijgen in de ruimtelijke ordening en dat besluitvorming integraal moet zijn [3][1]. Ze benadrukken het belang van het realiseren van woningen, onder andere door het versnellen van procedures tijdens de wooncrisis [4][5]. Het verwerpen van een automatische voorrangspositie voor Defensie sluit aan bij de wens voor integrale centrale regie waarbij wonen, natuur en andere belangen in samenhang worden afgewogen [2][3].

Argumenten tegen: De verstrekte teksten bevatten geen specifieke passages die een voorrangspositie voor Defensie ondersteunen of die aangeven dat defensiebelangen zwaarder zouden moeten wegen dan woningbouw of natuur.

Bronnen:

  1. "In de nieuwe Nota Ruimte moet het kabinet duidelijke keuzes neerleggen over waar we in Nederland ruimte maken voor landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur. Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening krijgt hierin de hoofdrol. Er komt een landschapskader dat boeren duidelijkheid biedt, door in kaart te brengen welk type landbouw in welke gebieden plaatsvindt: van zones voor duurzame, hoog-efficiënte landbouw tot gebieden die geschikter zijn voor meer extensieve, natuurinclusieve landbouw."
  2. "We kiezen voor een toekomstbestendig Nederland waarin wonen, werken, natuur, landbouw en mobiliteit duurzaam samengaan. Met centrale regie en duidelijke keuzes voor een schone toekomst richten we onze ruimte zo goed mogelijk in. We investeren in alle regio's en kijken wat lokaal het beste past."
  3. "We moeten centraal regie voeren op de ruimtelijke ordening en deze integraal bekijken. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) moet de keuzes voor de toekomst maken, zodat provincies en gemeenten meer duidelijkheid krijgen. Dan kunnen we in heel Nederland toekomstbestendig bouwen. Volt wil aan de Nota Ruimte een visie toevoegen voor Nederland in 2100. Hierin zorgen we dat er in de toekomst ruimte is voor duurzame landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur, met als uitgangspunt een duurzame leefomgeving voor mens en natuur. We passen de Woningwet aan, zodat in de besluitvorming rekening gehouden moet worden met het klimaat en andere leefomstandigheden over 30 jaar."
  4. "Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening krijgt een structureel budget waarmee het doel van 1 miljoen woningen bouwen ook echt gehaald kan worden. Daarnaast is nationale regie op de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening nodig om nieuwe problemen in de toekomst te voorkomen. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stelt langetermijnbeleid op voor een stabiele en proactieve sturing op een toekomstbestendig en blijvend passend woningbestand in Nederland."
  5. "De bouw van woningen kan soms jarenlang niet starten, omdat er lange bezwaren en beroepen lopen tegen de vergunningverlening. We versnellen de doorlooptijden van de bezwaar- en beroepsprocedures, zodat omgevingsvergunningen voor woonprojecten veel sneller definitief worden. Zolang we in een wooncrisis zitten, kan het daarbij nodig zijn om hoger beroep te beperken en alle vergunningszaken in woonprojecten voor te leggen aan de Raad van State als enige rechter. We onderzoeken of de capaciteit van de Raad van State kan worden verhoogd."