Geen voorrang voor defensie op woningbouw

De regering moet bij de uitvoering van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen voorrang geven aan het leger boven maatschappelijke belangen. Projecten voor woningbouw en natuur mogen niet wijken voor defensie, omdat dit schadelijk is voor de toekomst van Nederland.

Motie van de leden Dobbe en Wiersma over geen voorrangs- of uitzonderingspositie voor Defensie ten opzichte van maatschappelijke belangen

De kamer, constaterende dat maatschappelijke belangen, zoals woningbouw, mogelijk moeten wijken voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie; overwegende dat dit negatieve effecten heeft voor de toekomst van Nederland; verzoekt de regering bij de implementatie van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geen voorrangspositie of uitzonderingspositie voor Defensie te hanteren ten opzichte van maatschappelijke belangen zoals woningbouw en natuur.
13 april | SP, BBB | Verworpen: 56–94 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: Het verkiezingsprogramma stelt dat woningbouw een topprioriteit is en dat belemmeringen voor woningbouw moeten worden weggenomen [2][3]. De motie beoogt maatschappelijke belangen zoals woningbouw te beschermen tegen voorrang voor Defensie, wat in lijn zou kunnen liggen met het versnellen van woningbouw.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma stelt expliciet dat de krijgsmacht prioriteit moet krijgen en alle ruimte moet krijgen om te oefenen, zelfs in steden en natuurgebieden [1]. Er wordt specifiek gestreefd naar flexibiliteit in wetgeving en de mogelijkheid om Defensie uit te zonderen met een beroep op nationale veiligheid [1]. Het blokkeren van een voorrangspositie voor Defensie, zoals de motie vraagt, zou de operationele gereedheid van de krijgsmacht en de veiligheid belemmeren volgens de standpunten van de partij [1].

Bronnen:

  1. "Ruim baan voor militaire oefeningen: De veiligheid van onze militairen staat voorop; zonder training riskeren we de levens van onze mannen en vrouwen in een conflictsituatie. De krijgsmacht moet daarom alle ruimte krijgen om te oefenen. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook in steden en binnen de bebouwde kom. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met de regio. Om onze krijgsmacht in optimale gereedheid te brengen en geen vertraging op te lopen door bureaucratische rompslomp, is flexibiliteit in de wetgeving cruciaal. Daarom willen we in Nederlandse en Europese wetgeving voldoende flexibiliteit in waar en hoe Defensie mogelijke natuurschade compenseert, en de ruimte om desnoods met een beroep op nationale veiligheid Defensie uit te zonderen. De Wet op de defensiegereedheid zet hierin een eerste stap."
  2. "Tien jaar. Zo lang duurt het soms wel om een huis bouwen. Niet omdat het bouwen van een huis dat vraagt, maar omdat de overheid eindeloos doet over het verstrekken van vergunningen. En dan hebben we het nog niet gehad over alle juridische procedures die de bouw van een huis bemoeilijken. Dat is onacceptabel in een land met woningnood. We kiezen voor de woningzoekenden in plaats van vleermuizen en beroepsbezwaarmakers. We gaan daarom schrappen, schrappen, schrappen. In regels, in procedures en in bureaucratie. Een huis hoort niet in tien jaar te staan, maar in een paar jaar. Dat wordt een topprioriteit. Omdat de woningzoekende niet kan wachten."
  3. "De tweede keuze die we moeten maken is of we de woningmarkt blijven vastzetten met regels, of zorgen voor groei door eindelijk weer ruimte geven te aan de markt. De VVD kiest voor dat tweede. Er moeten veel meer woningen bij. Alleen dan komt die eigen plek weer in beeld voor iedereen die hard werkt aan de toekomst. We werken aan veel meer nieuwbouw én meer ruimte in de bestaande bouw. Ook aan doorstroming is belangrijk. Want alleen als er aantrekkelijke seniorenwoningen of betaalbare doorgroeiwoningen bijkomen, komen empty nesters en scheefwoners in beweging. We gaan flink schrappen in bouwregels en nemen maatregelen die de betaalbaarheid van koop- én huurhuizen vergroten. De rem op bouwen moet eraf. Dat vraagt om centrale regie. Ruimtelijke ordening kan niet langer alleen bij gemeenten liggen, want er zijn meer locaties nodig dan nu beschikbaar komen. Wij kiezen voor meer regie, meer doorstroming, meer huizen, maar minder regels. Een functionerende woningmarkt waar je met een normaal salaris een goed huis kunt bemachtigen."