Meer geld voor proactieve bijstand

De regering moet opnieuw 30,1 miljoen euro beschikbaar stellen voor proactieve dienstverlening in de bijstand. Ongeveer 150.000 mensen hebben recht op bijstand maar maken daar geen gebruik van. Met actieve hulp komen zij tijdig in beeld en hoeven zij niet onder het bestaansminimum te leven.

Motie van het lid Lahlah c.s.

De kamer, constaterende dat er structurele middelen voor proactieve dienstverlening in de bijstand waren gereserveerd, oplopend tot € 30,1 miljoen in 2030; constaterende dat deze middelen in de huidige begroting niet langer beschikbaar zijn; constaterende dat naar schatting circa 150.000 mensen recht hebben op bijstand maar daar geen gebruik van maken; overwegende dat proactieve dienstverlening eraan bijdraagt dat mensen die recht hebben op bijstand tijdig in beeld komen en niet onnodig onder het bestaansminimum leven; overwegende dat juist de bijstand het laatste vangnet vormt voor mensen zonder andere inkomsten; verzoekt de regering de eerder gereserveerde structurele middelen voor proactieve dienstverlening, oplopend tot € 30,1 miljoen in 2030, opnieuw beschikbaarte stellen voor de bijstand.
15 april | GL-PvdA, SP, CU |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma CU over dit onderwerp

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Waarom voor? De partij stelt dat het aantal mensen in armoede sterk omlaag moet en dat gemeenten 'adequate financiële middelen' moeten ontvangen voor lokaal armoedebeleid [3]. Bovendien streeft de partij ernaar om het 'niet-gebruik van regelingen' terug te dringen, wat aansluit bij het doel van de motie om 150.000 mensen die geen gebruikmaken van bijstand maar daar wel recht op hebben in beeld te krijgen [3]. Ook spreekt de partij zich uit tegen bezuinigingen op de allerarmsten en wil zij dergelijke bezuinigingen terugdraaien [4].

Waarom tegen? Er zijn in de verstrekte fragmenten geen specifieke argumenten tegen de motie te vinden. De partij richt zich juist op het versterken van de bestaanszekerheid en het ondersteunen van kwetsbaren [2][1].

Bronnen:

  1. "De Participatiewet is het vangnet zodat iedereen volwaardig mee moet kunnen doen in de samenleving. Nu de wijzigingen van de Participatiewet op korte termijn in gang zijn gezet, is het tijd voor een hervorming van de Participatiewet op lange termijn. Vereenvoudiging van inkomensondersteuning en versteviging van inkomenszekerheid (ook bij de overgang tussen dagbesteding, bijstand en betaald werk) moet daarbij de kern zijn. Onderdeel daarvan ook is perspectief voor chronisch zieken en mensen met een medische urenbeperking in de bijstand,de afschaffing van de 4-wekenzoektermijn bij jongeren en meer ruimte voor initiatieven zoals het bouwdepot dat kwetsbare jongeren financiële stabiliteit biedt." (0.694)
  2. "We voeren het nationaal actieplan dakloosheid uit, zodat in 2030 niemand meer op straat hoeft te slapen. Eerst een huis ('Housing first') is daarbij het uitgangspunt. Wanneer iemand een fatsoenlijk dak boven zijn hoofd heeft, kan hij of zij vanuit daar begeleid worden bij andere problemen. We voorkomen dakloosheid door te investeren in bestaanszekerheid, het bouwen van voldoende betaalbare woningen, het voorkomen van huisuitzettingen bij betalingsachterstanden en het afschaffen van de kostendelersnorm. We maken een einde aan slaapzalen in de maatschappelijke opvang omdat grootschalige opvang mensen onvoldoende rust, veiligheid en privacy biedt om tot herstel te komen. Gemeenten moeten zich inspannen om alle mensen die dakloos zijn te huisvesten, ook de niet-zichtbare daklozen omdat ze bijvoorbeeld bij vrienden op de bank slapen (EHTOS-light definitie)." (0.689)
  3. "Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiële middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen." (0.682)
  4. "Nederland is gezegend met een enorme welvaart. Van deze rijkdom mogen wij delen met onze naasten dichtbij en ver weg. Het is een grove schande dat het laatste kabinet miljarden bezuinigde op hulp aan de allerarmsten. Deze bezuiniging draaien we terug." (0.681)