Meer ruimte voor hulp aan kwetsbare jongeren

De regering moet samen met gemeenten onderzoeken hoe de Participatiewet (de wet voor bijstand) tijdelijke hulp aan kwetsbare jongeren kan ondersteunen. Nu is onduidelijk welke hulp mogelijk is. Hierdoor worden effectieve maatregelen voor schulden, school en werk onnodig belemmerd.

Motie van het lid Hamstra c.s.

De kamer, constaterende dat de Kamer met het gewijzigde amendement-Ergin c.s. middelen heeft vrijgemaakt voor tijdelijke, ontwikkelingsgerichte interventies voor kwetsbare jongeren, onder meer gericht op schuldaanpak, terugkeer naar onderwijs en geleidelijke toeleiding naar werk, overwegende dat in de praktijk behoefte bestaat aan duidelijkheid over welke tijdelijke, ontwikkelingsgerichte interventies voor kwetsbare jongeren binnen de kaders van de Participatiewet mogelijk zijn, overwegende dat onduidelijkheid hierover ertoe kan leiden dat effectieve ondersteuning voor kwetsbare jongeren onnodig wordt belemmerd, verzoekt de regering om samen met gemeenten en betrokken uitvoerders in kaart te brengen welke ruimte de Participatiewet reeds biedt voor tijdelijke, ontwikkelingsgerichte interventies voor kwetsbare jongeren, welke belemmeringen in wet- en regelgeving of uitvoering worden ervaren, en de kamer voor de begrotingsbehandeling van SZW 2027 te informeren hoe die belemmeringen zo mogelijk kunnen worden weggenomen.
15 april | CDA, D66, DENK, BBB, GL-PvdA |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma Volt over dit onderwerp

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Waarom voor? De motie vraagt om te onderzoeken hoe belemmeringen in wetgeving hulp aan kwetsbare jongeren hinderen en deze weg te nemen. Dit sluit aan bij de visie van de partij om jongeren te helpen bij hun ontwikkeling en deelname aan de samenleving door middel van begeleiding naar werk of onderwijs [1], alsmede het belang van hulp bij transities naar een stabiele basis met focus op school en werk [3]. Tevens sluit het verzoek om informatie te verzamelen bij uitvoerders aan bij het pleidooi voor vroege betrokkenheid van uitvoeringsorganisaties bij wetgeving [2].

Waarom tegen? Er zijn geen directe argumenten in de fragmenten te vinden die het doel van de motie (het wegnemen van belemmeringen voor effectieve steun) tegenspreken.

Bronnen:

  1. "Voor leerlingen die in de afgelopen tien jaar thuiszitter zijn geworden of zijn geweest, moet worden onderzocht of er emotionele of sociale schade is ontstaan. Deze jongeren worden, indien zij dit wensen, geholpen zich alsnog verder te ontwikkelen om actief aan de samenleving te kunnen deelnemen. Hiervoor wordt begeleiding gegeven bij het vinden van passend onderwijs of passend werk." (0.706)
  2. "Wij pleiten voor het invoeren van een parlementaire wetsverkenning. Hiermee krijgt de Tweede Kamer bij het ontwikkelen van nieuwe wetgeving al vroeg de gelegenheid om de beoogde wetgeving op hoofdlijnen te (laten) onderzoeken en adviezen van uitvoeringsorganisaties en de samenleving te verzamelen. Informatie die zo verkregen is, kan dan meegenomen worden bij de behandeling in de Kamer." (0.687)
  3. "Volt laat de leeftijdsgrens van 18 jaar los in de jeugdzorg met verblijf, zoals gezinshuizen en gesloten jeugdzorg. Nederlandse jongeren gaan gemiddeld op hun 23ste uit huis, maar jongeren in de residentiƫle jeugdzorg moeten er op hun 18de al klaar voor zijn. Volt wil dat jongeren voldoende hulp krijgen bij deze transitie in de vorm van begeleiding naar een stabiele basis waarin school, werk, inkomen, welzijn en support geregeld zijn. Dit zal het risico op dakloosheid en het langdurig laten voortbestaan van mentale problemen drastisch verminderen." (0.685)