De regering moet het leer- en groeiplan voor basisvaardigheden aanscherpen met meetbare doelen. Meer dan twee miljoen mensen hebben moeite met lezen, rekenen of digitale taken en kunnen daardoor niet goed meedoen in de samenleving. Het plan moet extra aandacht besteden aan mensen die niet werken, zodat zij ook de hulp krijgen die ze nodig hebben om zelfstandig te zijn.
Motie van het lid Tseggai over ambitieuze doelstellingen in het leer- en groeiplan voor volwassenen
De kamer,
constaterende dat 2,2 miljoen mensen zulke lage taal- en rekenvaardigheden hebben dat zij niet zelfstandig hun weg kunnen vinden in onze
samenleving;
overwegende dat er een leer- en groeiplan voor lezen, rekenen en digitale
vaardigheden voor volwassen komt en dat het breed gedragen is dat het
aantal laaggeletterden moeten worden teruggedrongen;
verzoekt de regering om in dit plan met ambitieuze en meetbare doelstellingen te komen wat betreft het aantal mensen dat wordt bereikt, de
kwaliteit van het geboden onderwijsaanbod door gemeenten en nadrukkelijk op te nemen hoe zij mensen gaan bereiken die niet actief zijn op de
arbeidsmarkt, en de Kamer tweejaarlijks over de voortgang te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat zij laaggeletterdheid wil terugdringen en dat zij samen met gemeenten wil zorgen dat mensen in hun buurt goede cursussen kunnen volgen over taal en digitale vaardigheden [1]. Het verzoek in de motie om met ambitieuze, meetbare doelstellingen en een kwalitatief aanbod te komen, sluit aan bij de wens van de partij om laaggeletterdheid aan te pakken.
Argumenten tegen: Geen argumenten gevonden in het programma die tegen het verzoek van de motie ingaan; de partij ondersteunt het belang van onderwijs en de ontwikkeling van volwassenen [2][3].
Bronnen:
"Terugdringen laaggeletterdheid. Ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders hebben moeite met lezen, rekenen en het gebruik van computer of smartphone. Samen met de gemeenten zorgen we er voor dat mensen dicht in hun buurt een goede cursus kunnen volgen om te leren lezen, rekenen en digitaal op weg te komen."
"De handen ineenslaan. Het wordt steeds belangrijker dat we blijven leren, ook als we van school af zijn. Onze productiviteit staat onder druk en we zullen steeds meer te maken krijgen met vergrijzing en krapte. Daarom moet de overheid samen met het bedrijfsleven de handen ineenslaan. Er komt een leerrecht voor iedere Nederlander voor om- en bijscholing. Ook vaardigheden die buiten het directe beroep liggen komen daarvoor in aanmerking. Daarnaast is het steeds belangrijker dat werknemers bijblijven met digitale vaardigheden en innovaties als AI, zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'."
"Ontwikkelen en leren. In samenwerking met het bedrijfsleven zorgt de overheid voor een ontwikkelbudget. Zo kan het hele werkzame leven ingezet worden op het volgen van opleidingen en cursussen. Ook om- en bijscholing vallen binnen het budget. We erkennen en bekostigen brancheopleidingen voor mensen met een beperking, zodat zij ook een diploma of certificaat kunnen halen. Dat biedt erkenning en meer kansen om ook mee te kunnen doen met de samenleving. Zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'."