De regering moet regionale samenwerkingen tussen scholen en bedrijven opnemen in het nieuwe stelsel voor een leven lang ontwikkelen (LLO). Met deze regionale aanpak kunnen vakmensen makkelijker nieuwe vaardigheden leren. Dit is nodig om de tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken.
Motie van de leden Rooderkerk en Neijenhuis over regionale publiek-private samenwerkingen meenemen in de uitwerking van het LLO-stelsel
De kamer,
constaterende dat LLO van cruciaal belang is voor het terugdringen van
arbeidsmarkttekorten en de transitie naar een hoogwaardige economie;
overwegende dat regionale private samenwerkingen zoals hybride
techniekcentra en bedrijfsvakscholen LLO op een vraaggerichte en
toegankelijke manier weten te organiseren;
verzoekt de regering regionale publiek-private samenwerkingen expliciet
mee te nemen in de beleidsmatige uitwerking van het nieuwe LLO-stelsel.
Argumenten voor: De partij streeft naar een 'Betere samenwerking tussen beroepsonderwijs, bedrijven en overheden' [1]. De motie verzoekt expliciet om regionale publiek-private samenwerkingen mee te nemen in het LLO-stelsel, wat naadloos aansluit bij dit streven naar een betere samenwerking tussen deze partijen.
Argumenten tegen: Er is geen directe aanleiding in het verkiezingsprogramma om tegen regionale samenwerkingen in het onderwijs te zijn. Eventuele tegenargumenten zouden enkel gebaseerd kunnen zijn op een algemene voorkeur voor een nationaal gestuurd programma, zoals genoemd in [2], maar dit sluit regionale initiatieven niet per definitie uit.
Bronnen:
"Betere samenwerking tussen beroepsonderwijs, bedrijven en overheden."
"Een Nationaal Programma Leven Lang Leren, met betaalbare en laagdrempelige scholing, digitale vaardigheidstraining en culturele vorming voor ouderen."