Onderwijs voor werkenden in nieuwe wet

De regering moet regionale samenwerkingen tussen scholen en bedrijven opnemen in het nieuwe stelsel voor een leven lang ontwikkelen (LLO). Met deze regionale aanpak kunnen vakmensen makkelijker nieuwe vaardigheden leren. Dit is nodig om de tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken.

Motie van de leden Rooderkerk en Neijenhuis over regionale publiek-private samenwerkingen meenemen in de uitwerking van het LLO-stelsel

De kamer, constaterende dat LLO van cruciaal belang is voor het terugdringen van arbeidsmarkttekorten en de transitie naar een hoogwaardige economie; overwegende dat regionale private samenwerkingen zoals hybride techniekcentra en bedrijfsvakscholen LLO op een vraaggerichte en toegankelijke manier weten te organiseren; verzoekt de regering regionale publiek-private samenwerkingen expliciet mee te nemen in de beleidsmatige uitwerking van het nieuwe LLO-stelsel.
16 april | D66 | Aangenomen: 144–6 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij erkent dat het middelbaar beroepsonderwijs een grote rol speelt bij het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen en investeert in praktijkgericht onderwijs [2]. Daarnaast ondersteunt de partij het stimuleren van leer-werk-onderwijs om vakmensen klaar te stomen voor de arbeidsmarkt [1].

Argumenten tegen: De partij neemt een kritische houding aan tegenover publiek-private partnerschappen (PPP), omdat bedrijven daarin te veel invloed zouden krijgen, vaak ten koste van mens, dier en planeet [3]. Het verzoek in de motie om juist regionale publiek-private samenwerkingen expliciet mee te nemen in het beleid botst met dit fundamentele principe [3].

Bronnen:

  1. "Middelbare beroepsopleidingen zijn van vitaal belang voor de samenleving. Denk alleen al aan de grote behoefte aan duurzame installatiebedrijven. Maar die opleidingen krijgen niet altijd de waardering die ze verdienen, terwijl ze aan de basis staan van een duurzame samenleving. Het opleiden (en omscholen) van vakmensen in onder andere duurzame energie, duurzaam bouwen en duurzaam voedsel, is van cruciaal belang. Door leer-werk-onderwijs te stimuleren, zijn nieuwe vakmensen meteen klaar om aan de slag te gaan."
  2. "De huidige manier van financieren van het onderwijs, met telkens incidentele subsidies, zorgt ervoor dat scholen geen langetermijnbeleid kunnen maken en houdt structurele verbeteringen tegen. Het werkt kansenongelijkheid in de hand en veroordeelt kinderen en leerkrachten tot lessen in verouderde gebouwen. De Partij voor de Dieren kiest voor de toekomst en investeert in kwalitatief onderwijs voor de lange termijn en in duurzame onderwijshuisvesting. Het middelbaar beroepsonderwijs speelt een grote rol bij het aanpakken van uitdagingen in de maatschappij. Goed opgeleide vakmensen dragen bij aan een leefbare, groene en duurzame toekomst. Daarom investeert de Partij voor de Dieren in een breed aanbod van praktijkgerichte opleidingen en innovatief, praktijkgericht onderzoek."
  3. "Nederland neemt een kritische houding aan tegenover publiek-private partnerschappen (PPP) in internationale verdragen. Onder het mom van zelfregulering krijgen bedrijven daarin te veel invloed op beleid, vaak ten koste van mens, dier en planeet. Publieke belangen, dierenwelzijn en ecologische grenzen staan altijd voorop."