De regering moet regionale samenwerkingen tussen scholen en bedrijven opnemen in het nieuwe stelsel voor een leven lang ontwikkelen (LLO). Met deze regionale aanpak kunnen vakmensen makkelijker nieuwe vaardigheden leren. Dit is nodig om de tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken.
Motie van de leden Rooderkerk en Neijenhuis over regionale publiek-private samenwerkingen meenemen in de uitwerking van het LLO-stelsel
De kamer,
constaterende dat LLO van cruciaal belang is voor het terugdringen van
arbeidsmarkttekorten en de transitie naar een hoogwaardige economie;
overwegende dat regionale private samenwerkingen zoals hybride
techniekcentra en bedrijfsvakscholen LLO op een vraaggerichte en
toegankelijke manier weten te organiseren;
verzoekt de regering regionale publiek-private samenwerkingen expliciet
mee te nemen in de beleidsmatige uitwerking van het nieuwe LLO-stelsel.
Argumenten voor: Er is geen directe ondersteuning in het verkiezingsprogramma voor de motie over LLO (Leven Lang Ontwikkelen) of publiek-private samenwerkingen in dat kader. Een argument voor zou kunnen zijn dat de partij stelt dat 'maatschappelijke initiatieven ruim baan' verdienen [1], wat in theorie regionale samenwerkingen als bedrijfsvakscholen zou kunnen omvatten.
Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten uit het verkiezingsprogramma bevatten geen specifieke standpunten over het LLO-stelsel, regionale private samenwerkingen of hybride techniekcentra. Daarom is er geen concrete basis vanuit het programma om tegen dit voorstel te stemmen.
Bronnen:
"In het Israël van het Oude Testament mocht er geen enkele bedelaar zijn: armoede diende krachtig bestreden te worden (Deuteronomium 15:4). De hele samenleving is medeverantwoordelijk voor armoedebestrijding. Daarom verdienen maatschappelijke initiatieven ruim baan. Aan de overheid de taak de samenleving op te laten bloeien in plaats van dicht te reguleren. Te veel huishoudens hebben in ons land te weinig inkomen om van rond te komen."