Betere steun voor maatschappelijke impact

De regering moet onderzoeken hoe universiteiten onderzoekers beter kunnen helpen bij hun maatschappelijke impact. Nu worden onderzoekers nog te weinig gestimuleerd om hun werk waardevol te maken voor de samenleving. Deze steun is nodig om Nederlands toptalent te behouden en de wetenschap vooruit te helpen.

Motie van het lid Rooderkerk c.s. over onderzoekers stimuleren en ondersteunen bij activiteiten gericht op valorisatie en maatschappelijke impact

De kamer, constaterende dat het erkennen en waarderen van onderzoekers steeds belangrijker wordt binnen het wetenschappelijke systeem; overwegende dat valorisatie en maatschappelijke impact een belangrijk onderdeel vormen van wetenschappelijk onderzoek; overwegende dat het voor Nederland van groot belang is om aantrekkelijk te blijven voor (internationaal) onderzoekstalent; overwegende dat onderzoekers nog niet altijd voldoende worden gestimuleerd en ondersteund bij activiteiten op het terrein van valorisatie en maatschappelijke impact; verzoekt de regering om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor universiteiten om hun onderzoekers beter te stimuleren en ondersteunen bij activiteiten gericht op valorisatie en maatschappelijke impact.
16 april | D66, CDA, VVD | Aangenomen: 135–15 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De motie streeft naar het beter stimuleren en ondersteunen van valorisatie en maatschappelijke impact bij onderzoekers. Dit sluit nauw aan bij het streven van de partij om de samenwerking tussen universiteiten en kennisinstellingen te versterken zodat innovaties bijdragen aan economische groei [1]. Daarnaast wil de partij regels over intellectueel eigendom vanuit kennisinstellingen aanpassen om het aantrekkelijker te maken om vanuit een kennisinstelling een onderneming te starten en innoverende bedrijven te ondersteunen [3].

Argumenten tegen: Hoewel de partij richting wil geven aan de bijdrage van onderwijs en onderzoek aan innovatie en arbeidsmarkt, benadrukt zij ook dat ze erop vertrouwt dat instellingen zelf keuzes maken 'zonder een overheid die te veel stuurt' [2]. Een verzoek aan de regering om onderzoek te doen naar mogelijkheden om universiteiten te stimuleren zou door een strikte interpretatie van deze 'geen inhoudelijke bemoeienis'-lijn als overbodig of als een te grote overheidsingreep kunnen worden gezien [4].

Bronnen:

  1. "Uitgaven aan innovatie omhoog: We spannen ons in om de investeringen in onderzoek en ontwikkeling in Nederland te laten stijgen naar minimaal 3% van de totale omvang van de economie. Met de logica dat ongeveer iedere euro die door de overheid wordt geïnvesteerd in innovatie leidt tot twee euro aan investeringen door de markt. De inspanning is van de overheid en bedrijven gezamenlijk. Bedrijven die in Nederland willen investeren en een bijdrage willen leveren aan innovatie helpen we met het wegnemen van belemmeringen, door middel van het recent door de VVD aangekondigde R\&D-lanceerplatform. We versterken de samenwerking met universiteiten en kennisinstellingen zodat hun innovaties bijdragen aan economische groei."
  2. "Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."
  3. "Start- en scale-up-hoofdstad: Nederland wordt het wereldwijde kloppend hart van innovatieve bedrijven. We ondersteunen daarvoor gericht start- en scale-ups, bijvoorbeeld door regels over intellectueel eigendom vanuit kennisinstellingen aan te passen, zodat het aantrekkelijker is om met een goed idee vanuit een kennisinstelling een onderneming te starten. We passen de aanpak van Project Beethoven in Eindhoven, met een clustering van startende en gevestigde bedrijven, kennisinstellingen en de overheid, toe op andere plaatsen, zodat we investeren in de randvoorwaarden voor groei. De rode loper voor start- en scale-ups gaat uit."
  4. "Geen inhoudelijke bemoeienis, wel richting geven: Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren gaat de overheid meer sturen op de verdeling van aantallen studenten over opleidingen. De bekostiging moet gebaseerd worden op de capaciteit. We gaan instellingen vragen meer samen te werken, zich te profileren op thema's en minder te concurreren op studentenaantallen. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt daartoe gemoderniseerd, zodat instellingen hun aanbod makkelijker kunnen vernieuwen."