De regering moet regels maken om subsidies in te trekken als organisaties bewust Joodse artiesten weren. Discriminatie op basis van afkomst mag niet worden beloond met belastinggeld.
Motie van de leden Ellian en Bikker over mogelijke consequenties voor gesubsidieerde organisaties die bewust Joodse artiesten geen podium bieden
De kamer,
constaterende dat in Duitsland subsidies met organisaties die zich
schuldig maken aan antisemitisme kunnen worden beëindigd;
verzoekt de regering om uit te werken op welke wijze consequenties
kunnen worden verbonden aan verstrekte subsidies indien gesubsidieerde
organisaties bewust Joodse artiesten geen podium bieden.
Argumenten voor: De SGP stelt zich expliciet 'Krachtig tegen antisemitisme' op [2] en pleit voor een 'stevig beleid tegen antisemitisme' [3]. Daarnaast wil de partij dat antisemitisme een 'aparte strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht' krijgt [1]. Het beperken of beëindigen van subsidies aan organisaties die discrimineren op basis van antisemitisme (zoals het uitsluiten van Joodse artiesten) past binnen deze lijn van actieve bestrijding van antisemitisme.
Argumenten tegen: De verstrekte teksten bevatten geen argumenten die pleiten voor het subsidiëren van organisaties die zich schuldig maken aan antisemitisme of die het weigeren van Joodse artiesten zouden rechtvaardigen.
Bronnen:
"Antisemitisme verdient een aparte strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht op basis van de IHRA-definitie."
"6.1 Krachtig tegen antisemitisme"
"De SGP pleit voor een stevige en structurele positie van de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB). Voor de werkzaamheden van de NCAB moeten voldoende middelen zijn om uitvoering te kunnen geven aan een stevig beleid tegen antisemitisme."