De regering moet regels maken om subsidies in te trekken als organisaties bewust Joodse artiesten weren. Discriminatie op basis van afkomst mag niet worden beloond met belastinggeld.
Motie van de leden Ellian en Bikker over mogelijke consequenties voor gesubsidieerde organisaties die bewust Joodse artiesten geen podium bieden
De kamer,
constaterende dat in Duitsland subsidies met organisaties die zich
schuldig maken aan antisemitisme kunnen worden beëindigd;
verzoekt de regering om uit te werken op welke wijze consequenties
kunnen worden verbonden aan verstrekte subsidies indien gesubsidieerde
organisaties bewust Joodse artiesten geen podium bieden.
Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat zij uitsluiting en discriminatie in de culturele sector bestrijden [2]. De motie richt zich op organisaties die Joodse artiesten geen podium bieden, wat gezien kan worden als een vorm van uitsluiting en discriminatie die de partij wil tegengaan.
Argumenten tegen: De partij pleit voor het ondersteunen van podia in grote en kleine gemeenten met als doel hun voortbestaan te waarborgen [1]. Het verbinden van consequenties aan subsidies zou het voortbestaan van deze podia mogelijk in gevaar kunnen brengen.
Bronnen:
"Iedereen moet toegang hebben tot kunst en cultuur. We investeren in de toegankelijkheid en betaalbaarheid van kunst en cultuur. Dat betekent het ondersteunen van kunstenaars en muzikanten en de plekken waar je van hun werk kunt genieten. Podia in grote gemeenten, maar ook kleine en lokale podia in andere regio's en wijken moeten geholpen worden in hun voortbestaan. Er komen geen btwverhogingen voor de kunst- en cultuursector."
"Solidair cultuurbeleid. Cultuur moet divers, kritisch en verbindend zijn. We steunen zowel vernieuwende makers als traditionele kunstvormen. Uitsluiting en discriminatie in de sector bestrijden we en we zorgen ervoor dat ook jongeren, nieuwkomers en mensen met een beperking mee kunnen doen."