De regering moet onderzoeken of Nederland Europese regels voor staatssteun strenger toepast dan andere EU-landen. Er zijn sterke aanwijzingen dat Nederlandse bedrijven hierdoor benadeeld worden. Het onderzoek moet uitwijzen hoe deze ongelijkheid met andere lidstaten kan worden weggenomen om het vestigingsklimaat en de economie te versterken.
Motie van de leden Bühler en Van der Lee over onderzoeken in hoeverre de Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels afwijken van die in andere lidstaten
De kamer,
overwegende dat staatssteun onder voorwaarden kan bijdragen aan het
adresseren van marktfalen en het versterken van het vestigingsklimaat,
strategische autonomie en verdere verduurzaming;
constaterende dat de toepassing van staatssteunregels binnen de
Europese Unie ruimte laat voor nationale interpretatie en uitvoering;
overwegende dat er aanwijzingen zijn dat Nederland terughoudender is in
de interpretatie en toepassing van staatssteunregels;
verzoekt de regering om mede op basis van een uitvraag onder bedrijven,
experts en (decentrale) overheden te onderzoeken in hoeverre de
Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels,
waaronder de beoordeling van ondernemingen in moeilijkheden en
andere relevante criteria, afwijkt van die in andere lidstaten, en daarbij
aan te geven hoe eventuele knelpunten kunnen worden geadresseerd, en
de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij pleit expliciet voor een actieve industriepolitiek en het versterken van strategische autonomie, onder meer door te investeren in onderzoek, innovatie en baanbrekende technologieën [3][2]. Daarnaast wil de partij dat mededingingsregels worden aangepast om strategische belangen beter te laten meewegen [5]. Het onderzoeken van de Nederlandse invulling van staatssteunregels sluit aan bij de wens van de partij om actief bij te dragen aan het versterken van de economie en het ondersteunen van cruciale sectoren [1][6].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die aangeven dat de partij tegen het onderzoeken van overheidsregels is; de partij streeft juist naar meer publieke sturing en actieve betrokkenheid bij de economie [3][6][4].
Bronnen:
"Digitale autonomie en industriepolitiek in Europa. Nederland kent veel innovatieve ICT-bedrijven, maar is toch afhankelijk van Amerikaanse en Chinese leveranciers. Samen met Europese partners maken we haast met het bouwen van Europese alternatieven en het stallen van data op Europees grondgebied en zorgen we dat het uitsluitend onder Europees recht valt. Zo maken we de hele overheid minder afhankelijk van landen buiten de Europese Economische Ruimte en bergen we overheidsinformatie veiliger op. Om dit meer kracht bij te zetten investeren we in de Rijkscloud. Voor het stellen van prioriteiten in het bouwen aan digitale autonomie, kiezen we een risico-gedreven aanpak, waarbij we de gehele technologiestack in samenhang benaderen. We ondersteunen initiatieven voor Europese chipfabrieken en sturen bij de Europese Commissie aan op publieke garanties, zoals bij het InvestEU-programma. In Nederland omarmen we het ecosysteem van innovatieve mkb'ers en stimuleren start-ups in de tech-sector. De Rijksoverheid geeft als grootste IT-afnemer van het land de voorkeur aan Europese digitale diensten. Dat leidt tot hoogwaardige werkgelegenheid en versterkt de economie."
"Meer strategische autonomie. De EU is voor te veel goederen te afhankelijk van externe partners. Daarom zorgen we voor meer diverse toeleveringsketens, gaan we efficiënter om met energie en grondstoffen en produceren we meer cruciale goederen zelf. We delven en verwerken grondstoffen in Europa met respect voor mensenrechten en bescherming van natuur en biodiversiteit. We investeren daarnaast in onze concurrentiepositie en onafhankelijkheid via technologie en onderzoek."
"Investeren in onderzoek en innovatie met nationale technologiestrategie. De overheid gaat actief mee-investeren in baanbrekende innovaties: van fundamenteel en praktijkgericht onderzoek op universiteiten en hogescholen tot commerciële toepassing in innovatieve bedrijven."
"Europese industriepolitiek gebaseerd op maatschappelijke behoefte. Een Europese industriepolitiek betekent niet alleen dat Europa minder afhankelijk moet zijn van autoritaire regimes. Het betekent ook dat we de vraag stellen: welke industrieën zijn maatschappelijk écht noodzakelijk en hoe kunnen we deze zo snel mogelijk verduurzamen? Wij willen dat de EU een inventarisatie maakt van welke producten en processen essentieel zijn voor de samenleving zoals de productie van staal voor windmolens, treinen of essentiële chemische stoffen. Deze inventarisatie moet democratisch tot stand komen, met inbreng van vakbonden, milieuorganisaties, wetenschappers en lokale gemeenschappen, in plaats van door industriële lobby's en kapitaaleigenaren. De Europese Unie stuurt de verduurzaming van deze industrie via openbare aanbestedingen op lange termijn. Bedrijven en landen die het duurzaamst en meest efficiënt produceren krijgen voorrang. Grote vervuilers die internationaal niet concurrerend blijken, worden stapsgewijs afgebouwd, met een rechtvaardige transitie en nieuwe kansen voor werknemers. Zo bouwen we aan een Europese industriepolitiek die de klimaatcrisis aanpakt en de belangen van mensen en milieu boven winst stelt."
"Sociaal en groen aanbesteden: Bij aanbestedingen moeten niet alleen de kosten meewegen, maar ook de kwaliteit. We willen een aanpassing van Europese aanbestedings- en mededingingsregels waarbij arbeidsvoorwaarden, de impact op de planeet en strategische autonomie meewegen. Aanbestedingen vanuit de (semi)overheid en overheidsbedrijven worden alleen gegund aan bedrijven die cao-lonen betalen."
"Veiligheid vereist publieke sturing. Onze veiligheid is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten. We investeren in een onafhankelijkere, moderne defensie-industrie in samenwerking met Europese partners met wie we gezamenlijk inkopen en ontwikkelen. We specialiseren in onze sterke sectoren. Voor Nederland betekent dit investeringen in maritieme en logistieke capaciteiten en de drone-, sensor-, cyber- en ruimtevaarttechnologie. Strategisch relevante defensiebedrijven komen deels in publieke handen via staatsdeelnemingen. We gaan zo prijsopdrijving en overwinsten tegen zodat gemeenschapsgeld bijdraagt aan collectieve veiligheid en niet eindigt in de portemonnee van wapenspeculanten."