Onderzoek naar Nederlandse staatssteun

De regering moet onderzoeken of Nederland Europese staatssteunregels strenger toepast dan andere EU-landen. Er zijn aanwijzingen dat Nederlandse bedrijven door deze terughoudende houding minder steun krijgen dan buitenlandse concurrenten, terwijl staatssteun helpt bij verduurzaming en een sterker vestigingsklimaat.

Motie van de leden Bühler en Van der Lee

De kamer, overwegende dat staatssteun onder voorwaarden kan bijdragen aan het adresseren van marktfalen en het versterken van het vestigingsklimaat, strategische autonomie en verdere verduurzaming constaterende dat de toepassing van staatssteunregels binnen de Europese Unie ruimte laat voor nationale interpretatie en uitvoering, overwegende dat er aanwijzingen zijn dat Nederland terughoudender isin de interpretatie en toepassing van staatssteunregels, Verzoekt de regering om, mede op basis van een uitvraag onder bedrijven, experts en (decentrale) overheden, te onderzoeken in hoeverre de Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels, waaronder de beoordeling van ondernemingen in moeilijkheden n andere relevante criteria, afwijkt van die in andere lidstaten, en daarbij aan te geven hoe eventuele knelpunten kunnen worden geadresseerd, en de Kamer hierover te informeren.
22 april | CDA, GL-PvdA |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma Volt over dit onderwerp

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Waarom voor? De partij pleit voor actieve overheidsinvesteringen in start-ups en techbedrijven [3][5] en stelt zelfs voor om bij de Europese Commissie aan te dringen op versoepeling van staatssteunregels voor specifieke sectoren zoals huisvesting [1]. Het onderzoeken van de Nederlandse interpretatie van staatssteunregels om knelpunten te adresseren sluit aan bij de ambitie van de partij om gerichte steun mogelijk te maken voor innovatie en strategische sectoren [3].

Waarom tegen? De partij stelt dat overheidssteun aan de 'oude industrie' moet worden gestaakt [2] en dat lidstaten elkaar binnen de EU bij het vestigingsklimaat niet moeten beconcurreren maar aanvullen [4]. Een onderzoek naar staatssteun zou kunnen leiden tot een vorm van concurrentie tussen lidstaten die de partij expliciet afwijst [4].

Bronnen:

  1. "De Rijksoverheid treedt vaker op als medefinancier van bouwprojecten voor betaalbare woningen, bijvoorbeeld door leningen of garanties te verstrekken. Voor het aanpakken van de grote tekorten aan middenwoningen, onderzoekt de Rijksoverheid of de WSW-garantstelling kan worden uitgebreid naar het middensegment. We onderzoeken ook of deze garantstelling toegankelijk kan worden gemaakt voor andere marktpartijen, zodat het bijvoorbeeld ook voor pensioenfondsen en verzekeraars aantrekkelijker wordt om te blijven investeren in woningbouw- en beheer. Om meer overheidsfinanciering bij woonprojecten mogelijk te maken, dringt Nederland er bij de Europese Commissie op aan dat de staatssteunregels voor huisvesting worden versoepeld." (0.722)
  2. "We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU." (0.715)
  3. "De overheid neemt een leidende en sturende rol op zich in de ontwikkeling van een volwassen start-upklimaat door niet alleen gerichter maar ook méér te investeren in start-ups. Dit doet de overheid zowel via de Nationale Investeringsbank, zogenaamde incubators en innovatiehubs. Deze organisaties zullen niet alleen vanuit de Nederlandse begroting, maar ook vanuit Europese gelden gekapitaliseerd worden. Volt biedt start-ups en scale-ups verschillende mogelijkheden voor gerichte ondersteuning, afhankelijk van de behoeften in de verschillende ontwikkelingsfases. Dit zorgt voor meer maatwerk en betere resultaten. Nederland sluit actief aan bij Europese programma's zoals STEP, IPCEI en het toekomstige European Sovereignty Fund, zodat we samen met andere lidstaten investeren in strategische technologieën voor een duurzame en concurrerende Europese economie." (0.710)
  4. "Overheidsinstanties, gericht op het Nederlandse vestigingsklimaat, moeten zich richten op het aantrekken, creëren en behouden van sleuteltechnologieën en techbedrijven. Hiervoor maken zij samen met partnerorganisaties van andere EU-lidstaten een gezamenlijke strategie. We beconcurreren elkaar niet in de EU, we vullen elkaar aan." (0.700)
  5. "We verkennen de opties voor het aanbieden van meer mogelijkheden tot het financieren van startups tegen een risicovrije rente. Zo helpt de overheid start-ups door de kritieke ontwikkelingsfase. We trekken meer durfkapitaal uit de private sector aan, doordat de overheid zelf ook meer investeert in start-ups. Het aandeel van durfkapitaal in Nederland moet en kan verder worden vergroot." (0.691)