Onderzoek naar staatssteunregels

De regering moet onderzoeken of Nederland Europese regels voor staatssteun strenger toepast dan andere EU-landen. Er zijn sterke aanwijzingen dat Nederlandse bedrijven hierdoor benadeeld worden. Het onderzoek moet uitwijzen hoe deze ongelijkheid met andere lidstaten kan worden weggenomen om het vestigingsklimaat en de economie te versterken.

Motie van de leden Bühler en Van der Lee over onderzoeken in hoeverre de Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels afwijken van die in andere lidstaten

De kamer, overwegende dat staatssteun onder voorwaarden kan bijdragen aan het adresseren van marktfalen en het versterken van het vestigingsklimaat, strategische autonomie en verdere verduurzaming; constaterende dat de toepassing van staatssteunregels binnen de Europese Unie ruimte laat voor nationale interpretatie en uitvoering; overwegende dat er aanwijzingen zijn dat Nederland terughoudender is in de interpretatie en toepassing van staatssteunregels; verzoekt de regering om mede op basis van een uitvraag onder bedrijven, experts en (decentrale) overheden te onderzoeken in hoeverre de Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels, waaronder de beoordeling van ondernemingen in moeilijkheden en andere relevante criteria, afwijkt van die in andere lidstaten, en daarbij aan te geven hoe eventuele knelpunten kunnen worden geadresseerd, en de Kamer hierover te informeren.
22 april | CDA, GL-PvdA | Aangenomen: 112–38 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat Nederlandse bedrijven niet op achterstand mogen komen ten opzichte van concurrenten in Europa [3] en dat 'Europese regels vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard' worden [2]. Omdat de motie een onderzoek vraagt naar de terughoudende Nederlandse interpretatie van staatssteunregels ten opzichte van andere lidstaten, sluit dit aan bij het streven om de concurrentiekracht en het verdienvermogen van de Nederlandse industrie te beschermen [2][1].

Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in het verkiezingsprogramma gevonden die pleiten voor een strengere of terughoudende interpretatie van (Europese) staatssteunregels of die afwijken van het bevorderen van een gelijk speelveld voor de industrie.

Bronnen:

  1. "De Nederlandse industrie staat onder druk. Klimaatbeleid maakt productie duurder en complexer, terwijl internationale concurrenten met lagere standaarden wél ruimte krijgen. Hierdoor verdwijnen essentiële maakbedrijven naar lagelonenlanden of raken strategische ketens versnipperd. Dat maakt Nederland kwetsbaar."
  2. "De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."
  3. "We vinden het belangrijk dat de Nederlandse bedrijven niet verder op achterstand komen ten opzichte van hun concurrenten in Europa en dat er geen verdere nationale koppen op Europese fiscale maatregelen komen. Dus geen verdere beperkingen van de renteaftrek en geen Nederlandse koppen op de Europese CO2-heffing."