De regering moet uitleggen of de Staat de overeenkomst met Tata Steel kan opzeggen. Bestuurders van het bedrijf zijn veroordeeld voor illegale prijsafspraken. Bovendien houdt Tata Steel Nederland zich herhaaldelijk niet aan milieuregels en gezondheidseisen. In de voorlopige overeenkomst (joint letter of intent) staat dat het contract kan worden beëindigd bij dit soort misstappen.
Motie van het lid Kostić over uiteenzetten hoe de stapeling van compliancetekortkomingen van Tata Steel wordt beoordeeld in het licht van artikel 15.3 van de joint letter of intent
De kamer,
constaterende dat in de joint letter of intent (artikel 15.3) is vastgelegd dat
de Staat de overeenkomst met Tata Steel kan opzeggen indien er een
zorgwekkend onderzoek loopt naar bestuurders van Tata Steel Limited
(TSL) of Tata Steel Nederland (TSN), of wanneer TSN zijn bestaande
milieurechtelijke en bestuursrechtelijke verplichtingen onvoldoende
nakomt;
overwegende dat bestuurders van Tata Steel Limited zijn veroordeeld
wegens illegale prijsafspraken;
overwegende dat Tata Steel Nederland zich al jaren herhaaldelijk niet aan
(gezondheids)regels houdt, zoals onder andere blijkt uit opgelegde
dwangsommen, gedwongen verscherpt toezicht en sluiting van bedrijfsonderdelen, en dat de Kamer recht heeft op uitleg van het kabinet over
hoe dit allemaal precies wordt gewogen;
verzoekt de regering uiteen te zetten hoe de stapeling van compliancetekortkomingen van Tata Steel wordt beoordeeld in het licht van artikel 15.3
van de joint letter of intent en wat daar de gevolgen van zijn, en de Kamer
hier zo snel mogelijk, ruim voordat de maatwerkafspraak mogelijk wordt
gesloten, over te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat bedrijven zich niet vanzelf aan de regels houden en dat de overheid normen moet stellen en handhaven om de volksgezondheid en het leefmilieu te garanderen [1]. Specifiek wordt Tata Steel genoemd als een aanstichter van milieuvervuiling die verantwoordelijk gehouden moet worden voor de gevolgen [2]. Daarnaast is het uitgangspunt van de partij dat bedrijven die gebruikmaken van overheidssteun, de OESO-normen rond internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen moeten naleven [3].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen deze motie te stemmen.
Bronnen:
"De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
"Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
"Er is in onze economie geen enkele plaats voor kinderarbeid en uitbuiting. De Wet Zorgplicht Kinderarbeid, die al door beide Kamers is aangenomen, wordt met spoed uitgevoerd. Producten waarvan de productie in strijd is met internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, kinderarbeid of milieu, worden geweerd, óók als dat de exit van platforms als Temu en AliExpress uit Nederland betekent. Het uitgangspunt wordt dat bedrijven die van overheidssteun gebruikmaken, de OESO-normen rond internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven en naleven."