Openheid over uitstootgrenzen van vliegtuigen

De regering moet delen wat de ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) adviseert over maximale uitstootgrenzen voor vliegtuigen. De regering moet ook uitleggen waarom de huidige regels hiervan afwijken. De huidige regels beschermen de luchtkwaliteit en de gezondheid van mensen onvoldoende.

Motie van het lid Kostić over alle denkrichtingen van de ILT over absolute emissiegrenswaarden vóór het commissiedebat over Schiphol met de Kamer delen

De kamer, constaterende dat het kabinet in de Luchtvaartnota voornemens is een nieuw integraal normenstelsel in te voeren voor uitstoot van schadelijke stoffen door de luchtvaart; overwegende dat de ILT aangeeft dat het huidige instrumentarium in het ontwerpLVB rondom luchtvaartemissies onvoldoende is om lokale luchtkwaliteit en gezondheid effectief te beschermen; overwegende dat de ILT in haar brief van 12 januari aangeeft het te betreuren dat de door haar aangedragen denkrichtingen voor absolute grenswaarden niet zijn verwerkt in het ontwerpLVB; verzoekt de regering vóór het commissiedebat over Schiphol alle denkrichtingen die de ILT heeft aangedragen voor absolute emissiegrenswaarden met de Kamer te delen, en gelijktijdig de Kamer precies te informeren hoe de huidige beleidskeuzes in het ontwerpLVB zich verhouden tot de signalen van de ILT.
12 mei | PvdD | Aangenomen: 104–46 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de Nederlandse lucht te vervuild is en dat de uitstoot van schadelijke stoffen vanuit onder andere de luchtvaart moet worden aangepakt [1]. Zij pleiten er specifiek voor dat Schiphol een normenkader krijgt voor de uitstoot van NOx, CO2 en zeer zorgwekkende stoffen [2]. Daarnaast vindt de partij dat de overheid de volksgezondheid en het leefmilieu moet garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven, waarbij zij minder willen vertrouwen op zelfregulering [5]. Verder geeft de partij aan dat zij bij stikstofwetgeving de voorkeur geven aan het vastleggen van landelijke, sectorale en bedrijfsspecifieke emissienormen [3] en dat de focus moet liggen op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot [4].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "De Nederlandse lucht is veel te vies. We pakken de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht van de industrie, mobiliteit en luchtvaart aan. Gemeenten moeten voortvarend aan de slag met het Schone Lucht Akkoord."
  2. "Het aantal vluchten in Nederland wordt beperkt. Om te voldoen aan de rechtsbescherming van omwonenden en de stikstofuitstoot terug te brengen, zal Schiphol drastisch moeten krimpen. Er komt een nachtsluiting. Schiphol krijgt een normenkader voor uitstoot van CO2, NOx en zeer zorgwekkende stoffen. Lelystad Airport wordt niet geopend voor burgerluchtvaart. De gedane publieke en private investeringen worden ruimhartig gecompenseerd. Binnen Europa worden treinreizen aantrekkelijker gemaakt, door in Europees en internationaal verband ambitieuze afspraken te maken over een CO2-prijs voor de luchtvaart, invoering van een kerosineaccijns en afschaffen van de btw-vrijstelling op vliegtickets. Internationale treinverbindingen worden verbeterd en samen met andere Europese landen zorgen we voor één transparant systeem voor het boeken van internationale treinkaartjes. De vliegbelasting wordt enerzijds meer gebaseerd op de daadwerkelijke CO2-belasting, anderzijds komt er een opslag voor vluchten tot 1250 km om duurzamer vervoer per trein te stimuleren."
  3. "Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
  4. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  5. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."