De regering moet de Tweede Kamer een definitief beslismoment geven over de Omnibus Food and Feed (Europese regels voor voedsel en veevoer). De regering mag geen definitieve afspraken maken zonder toestemming van de Kamer. Zo kan de Kamer de kosten, voordelen en risico's van deze regels goed afwegen.
Motie van het lid Bromet c.s. over voorafgaand aan de stemmingen over de Omnibus Food and Feed de Kamer een definitief beslismoment voorleggen
De kamer,
constaterende dat de Kamer via de motie-Podt/Bromet (21501–32, nr.
1744), de motie-Den Hollander/Bromet (215011–32, nr. 1771) en de
motie-Kostić (21501–08, nr. 1020) voorwaarden heeft gesteld aan de
Nederlandse inzet met betrekking tot de Omnibus Food and Feed;
van mening dat de Kamer te allen tijde in de positie moet zijn om de
kosten, baten, en risico’s die voortvloeien uit de Omnibus Food and Feed
integraal af te wegen op basis van alle beschikbare informatie;
verzoekt de regering om voorafgaand aan belangrijke stemmingen over
de Omnibus Food and Feed de Kamer een definitief beslismoment voor te
leggen, zodat zij de voor- en nadelen integraal kan afwegen;
verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten of
toezeggingen te doen in het kader van de Omnibus Food and Feed zonder
dat de Kamer de kans heeft gehad zich hierover uit te spreken.
Argumenten voor: De partij hecht veel waarde aan duidelijkheid over bevoegdheden binnen de Europese samenwerking en vindt dat besluiten op het laagst mogelijke niveau moeten worden genomen [1]. Daarnaast stelt de partij dat de Tweede Kamer een beslissende rol moet hebben bij wijzigingen in de EU-verdragen [1], wat wijst op een voorkeur voor sterke parlementaire controle over Europese besluitvorming.
Argumenten tegen: Er is onvoldoende informatie in de verstrekte fragmenten om een redenatie te formuleren waarom de partij tegen deze motie zou stemmen.
Bronnen:
"Europese samenwerking begint met duidelijkheid over bevoegdheden. Het moet helder zijn waar lidstaten zelf verantwoordelijk voor zijn en waar de Europese Unie wel of niet over gaat. Voor de ChristenUnie is subsidiariteit het uitgangspunt: besluiten worden genomen op het laagst mogelijke niveau, zo dicht mogelijk bij mensen. Wij verzetten ons tegen Europese bemoeizucht op terreinen waar de EU geen mandaat heeft, zoals gezondheidszorg, medische ethiek, onderwijs of woningbouw. Zelfs wanneer Europese besluitvorming wenselijk of noodzakelijk is, blijft ruimte voor eigenheid en verschillen tussen lidstaten en regio's essentieel. Bij wijzigingen in de EU-verdragen besluit de Tweede Kamer met tweederdemeerderheid."