De regering moet de Tweede Kamer een definitief beslismoment geven over de Omnibus Food and Feed (Europese regels voor voedsel en veevoer). De regering mag geen definitieve afspraken maken zonder toestemming van de Kamer. Zo kan de Kamer de kosten, voordelen en risico's van deze regels goed afwegen.
Motie van het lid Bromet c.s. over voorafgaand aan de stemmingen over de Omnibus Food and Feed de Kamer een definitief beslismoment voorleggen
De kamer,
constaterende dat de Kamer via de motie-Podt/Bromet (21501–32, nr.
1744), de motie-Den Hollander/Bromet (215011–32, nr. 1771) en de
motie-Kostić (21501–08, nr. 1020) voorwaarden heeft gesteld aan de
Nederlandse inzet met betrekking tot de Omnibus Food and Feed;
van mening dat de Kamer te allen tijde in de positie moet zijn om de
kosten, baten, en risico’s die voortvloeien uit de Omnibus Food and Feed
integraal af te wegen op basis van alle beschikbare informatie;
verzoekt de regering om voorafgaand aan belangrijke stemmingen over
de Omnibus Food and Feed de Kamer een definitief beslismoment voor te
leggen, zodat zij de voor- en nadelen integraal kan afwegen;
verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten of
toezeggingen te doen in het kader van de Omnibus Food and Feed zonder
dat de Kamer de kans heeft gehad zich hierover uit te spreken.
Argumenten voor: De partij hecht veel waarde aan het beschermen van de gezondheid en het welzijn van mens, dier en natuur tijdens de transitie naar een duurzaam voedselsysteem [3]. Daarnaast hanteert de partij het voorzorgsbeginsel, wat inhoudt dat er niet wordt gehandeld als wetenschappelijke gegevens onvoldoende beschikbaar zijn om risico's af te wegen [2]. Ook wil de partij dat de regering stappen onderneemt om te voldoen aan verplichtingen op het gebied van volksgezondheid, natuur, milieu en klimaat [1].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen deze motie te stemmen.
Bronnen:
"Nederland organiseert een burgerberaad over het afbouwen van de vee-industrie en de omslag naar een diervriendelijke, gezonde en plantaardige landbouw. De adviezen die daaruit voortkomen worden door de regering opgepakt. Daarnaast neemt de regering aanvullende stappen die nodig zijn om dieren te beschermen en om te voldoen aan wettelijke verplichtingen en landelijke doelstellingen op gebied van volksgezondheid, natuur, milieu en klimaat."
"Het voorzorgsbeginsel wordt leidend in het visserijbeleid. Dit houdt in dat we niet meer vissen vangen dan onafhankelijke ecologen verantwoord vinden. En als wetenschappelijke gegevens onvoldoende beschikbaar zijn, wordt er niet gevist."
"De overgang naar een duurzaam voedselsysteem is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Naast de radicale keuzes die nodig zijn om de koers te verleggen, kennen transities ook een overgangsfase die om tussenstappen vraagt. Want zolang dieren nog niet volledig bevrijd zijn uit de voedselketen zal de veehouderij risico's vormen voor de omgeving en liggen zoönosen op de loer. Zolang het gifgebruik in de landbouw nog niet is uitgebannen, loopt de gezondheid van omwonenden van bespoten akkers gevaar. En zolang er visserij plaatsvindt, zal deze schade toebrengen aan de mariene ecosystemen. Kortom: we slaan de weg in naar een werkelijk duurzame, plantaardige toekomst én zetten tegelijk tussenstappen om de gezondheid en het welzijn van mens, dier en natuur zo goed mogelijk te beschermen tijdens de transitie."