Beslismoment over regels voor voedsel en veevoer

De regering moet de Tweede Kamer een definitief beslismoment geven over de Omnibus Food and Feed (Europese regels voor voedsel en veevoer). De regering mag geen definitieve afspraken maken zonder toestemming van de Kamer. Zo kan de Kamer de kosten, voordelen en risico's van deze regels goed afwegen.

Motie van het lid Bromet c.s. over voorafgaand aan de stemmingen over de Omnibus Food and Feed de Kamer een definitief beslismoment voorleggen

De kamer, constaterende dat de Kamer via de motie-Podt/Bromet (21501–32, nr. 1744), de motie-Den Hollander/Bromet (215011–32, nr. 1771) en de motie-Kostić (21501–08, nr. 1020) voorwaarden heeft gesteld aan de Nederlandse inzet met betrekking tot de Omnibus Food and Feed; van mening dat de Kamer te allen tijde in de positie moet zijn om de kosten, baten, en risico’s die voortvloeien uit de Omnibus Food and Feed integraal af te wegen op basis van alle beschikbare informatie; verzoekt de regering om voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de Omnibus Food and Feed de Kamer een definitief beslismoment voor te leggen, zodat zij de voor- en nadelen integraal kan afwegen; verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten of toezeggingen te doen in het kader van de Omnibus Food and Feed zonder dat de Kamer de kans heeft gehad zich hierover uit te spreken.
12 mei | GL-PvdA, CDA, D66, PvdD, SP, VVD | Aangenomen: 149–1 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de Tweede Kamer betere handvatten moet krijgen om de subsidiariteit binnen Europese verordeningen en richtlijnen te waarborgen [1]. Volgens de partij moet wetgeving die impact heeft in Nederland tijdig in de Tweede Kamer worden besproken, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven [1]. Daarnaast is de partij van mening dat ministers en staatssecretarissen geen Europese besluiten mogen steunen zonder een mandaat van het parlement [1]. Bovendien ervaart de partij dat de landbouwsector onder druk staat door 'Brusselse bemoeizucht' [2], wat de noodzaak onderstreept om de kosten, baten en risico's van Europese regelgeving zoals de Omnibus Food and Feed zorgvuldig af te wegen.

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."
  2. "> Landbouw en visserij horen bij Nederland. Ze zijn een onlosmakelijk onderdeel van onze economie en van onze cultuur. De sectoren staan onder druk door moderne eisen, vage rekenmodellen en Brusselse bemoeizucht. JA21 kiest niet voor stilstand maar voor oplossingen die werken voor de boer en de visser, voor het dier en de natuur, en daarmee voor de Nederlandse samenleving als geheel."