De regering moet de Tweede Kamer een definitief beslismoment geven over de Omnibus Food and Feed (Europese regels voor voedsel en veevoer). De regering mag geen definitieve afspraken maken zonder toestemming van de Kamer. Zo kan de Kamer de kosten, voordelen en risico's van deze regels goed afwegen.
Motie van het lid Bromet c.s. over voorafgaand aan de stemmingen over de Omnibus Food and Feed de Kamer een definitief beslismoment voorleggen
De kamer,
constaterende dat de Kamer via de motie-Podt/Bromet (21501–32, nr.
1744), de motie-Den Hollander/Bromet (215011–32, nr. 1771) en de
motie-Kostić (21501–08, nr. 1020) voorwaarden heeft gesteld aan de
Nederlandse inzet met betrekking tot de Omnibus Food and Feed;
van mening dat de Kamer te allen tijde in de positie moet zijn om de
kosten, baten, en risico’s die voortvloeien uit de Omnibus Food and Feed
integraal af te wegen op basis van alle beschikbare informatie;
verzoekt de regering om voorafgaand aan belangrijke stemmingen over
de Omnibus Food and Feed de Kamer een definitief beslismoment voor te
leggen, zodat zij de voor- en nadelen integraal kan afwegen;
verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten of
toezeggingen te doen in het kader van de Omnibus Food and Feed zonder
dat de Kamer de kans heeft gehad zich hierover uit te spreken.
Argumenten voor: De partij stelt dat de Tweede Kamer het hoogste orgaan van het land is en dat deze taak serieus genomen moet worden [2]. Volgens de partij moeten keuzes en belangenafwegingen voor Nederland zoveel mogelijk door de gekozen Tweede Kamer worden gemaakt [3]. Daarnaast pleit de partij voor meer tijd voor de behandeling van wetgeving om te voorkomen dat deze ondoordacht wordt veranderd [1].
Argumenten tegen: De partij wil de 'motiestroom' tegengaan en stemt tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben [2]. Bovendien wil de partij vertraging in wetgeving stoppen en procedures verkorten om de snelheid van beleidsrealisatie te verhogen [4].
Bronnen:
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
"Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."
"De politiek moet werken voor Nederlanders. Keuzes en belangenafwegingen voor Nederland moeten daarom zoveel mogelijk door de gekozen Tweede Kamer worden gemaakt en niet door de rechter. Dat betekent ook dat de Tweede Kamer zichzelf serieus moet nemen, meer tijd moet besteden aan wetgeving en minder aan de ophef van de dag. Een goed werkende democratie betekent meer dan de helft van de zetels plus één. We willen Nederlanders eerder betrekken bij nieuw beleid, zodat we hun zorgen mee kunnen nemen en dat regels voor mensen uitvoerbaar zijn."
"We stoppen vertraging in wetgeving: De doorlooptijd van maatschappelijke wens tot daadwerkelijke realisatie van beleid is nu vaak jaren. Om dit in te korten zetten we het mes in de hoeveelheid adviesorganen, adviescolleges, taskforces, commissies, zelfstandige bestuursorganen, etcetera. We waarderen extern advies, maar we willen ook snelheid. We rekenen topambtenaren af op het verminderen van onnodig procesmatig papierwerk en afvinklijstjes bij nieuw beleid en we verkorten procedures die voorafgaan aan indiening van een wet. We verkorten waar mogelijk beslistermijnen. Bij grote vraagstukken wijzen we aan welk ministerie doorzettingsmacht heeft, zodat problemen sneller worden opgelost."