Betere regels voor natuurlijke bestrijdingsmiddelen

De regering moet in Europa zorgen voor een beter plan voor de toelating van biocontrol-middelen (natuurlijke bestrijdingsmiddelen). Het huidige voorstel is onvoldoende en brengt de veiligheid en eerlijke concurrentie in gevaar. Dit advies komt van het Ctgb, de instantie die bepaalt welke bestrijdingsmiddelen in Nederland gebruikt mogen worden.

Motie van het lid Lohman over gericht inzetten op onderzoek en ontwikkeling voor teelten en plagen waar nu nog geen effectieve alternatieven voor beschikbaar zijn

De kamer, overwegende dat de Europese Commissie op 16 december 2025 een pakket maatregelen heeft gepresenteerd om de toelating en toepassing van biocontrol- en laagrisicomiddelen te versnellen, maar dat zowel het kabinet als het Ctgb hebben aangegeven dat het voorstel op wezenlijke punten moet worden verbeterd; overwegende dat het Ctgb adviseert de voorgestelde risicogestuurde herbeoordeling aan te vullen met een Europees signaleringssysteem, een verplicht en periodiek bij te stellen werkprogramma en een koppeling tussen de herbeoordeling van werkzame stoffen en middelen; overwegende dat ook de EU-wetenschapstoets aandacht vraagt voor de risico’s van het voorstel voor het beschermingsniveau en het gelijke speelveld; verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor een spoedige verbetering van het Omnibusvoorstel, in lijn met het BNC-fiche en het advies van het Ctgb; verzoekt de regering tevens in het aanstaande convenant gewasbescherming nadrukkelijk in te zetten op niet-chemische maatregelen voor zowel de gangbare als de biologische sector; verzoekt de regering tevens gericht in te zetten op onderzoek en ontwikkeling voor teelten en plagen waarvoor nu nog geen effectieve alternatieven beschikbaar zijn.
12 mei | CDA | Aangenomen: 128–22 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SP

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een landbouw die werkt mét de natuur en wil minder gif gebruiken [1]. Het inzetten op niet-chemische maatregelen en het zoeken naar effectieve alternatieven via onderzoek en ontwikkeling sluit direct aan bij de wens om de afhankelijkheid van pesticiden af te bouwen [4][1]. Daarnaast past het streven naar een toekomstbestendige landbouw met oog voor biodiversiteit en schoon water bij het versnellen van de toelating van biologische en laagrisicomiddelen [2].

Argumenten tegen: Er is weinig informatie in het programma die direct tegen deze motie pleit. De partij hecht wel grote waarde aan onafhankelijke wetenschap, losgekoppeld van de belangen van multinationals [3], wat zou kunnen leiden tot kritische vragen over hoe de versnelde toelatingen worden getoetst.

Bronnen:

  1. "Grondgebonden landbouw met oog voor klimaat en bodem. We schakelen om naar landbouw die werkt mét de natuur. Minder kunstmest, minder gif, minder dieren per hectare. Het bodemleven wordt versterkt door wisselteelt, groenbemesting en het benutten van organische stof. We stimuleren de teelt van eiwitrijke gewassen voor menselijke consumptie. Het veevoer komt van eigen bodem, niet uit het regenwoud."
  2. "Landbouw kan een krachtige bondgenoot van de natuur zijn. Met gezonde bodems, schoon water en meer biodiversiteit bouwen we aan een toekomstbestendige landbouw. Zo zorgen we samen voor veilig voedsel, sterke natuur en een mooi landschap om trots op te zijn."
  3. "Eerlijke wetenschap, onafhankelijk van bedrijven. De belangen van multinationals worden losgekoppeld van de Wageningen Universiteit. Er komt een bindend lobbyregister voor de agrochemie, veevoer en retail. De Wageningen Universiteit en andere landbouw kennisinstellingen hanteren strikte onafhankelijkheidscodes. Geldstromen tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en beleidsinstituten moeten openbaar zijn. Veredeling van zaden op basis van cultuurhistorische waarden krijgt meer steun. Internationale samenwerking focust op versterking van lokale landbouwsystemen in het Mondiale Zuiden."
  4. "Financiers en ketenreuzen betalen mee aan een duurzame transitie. Banken en institutionele beleggers bouwen financiering van kunstmest, pesticiden en intensieve veehouderijen af. Zij worden wettelijk verplicht een transitieplan met duidelijke reductiedoelen te publiceren en financieel bij te dragen aan schadeherstel voor natuur, klimaat, boeren en gezondheid. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) krijgt extra bevoegdheden om de inkoopmacht van supermarkten te begrenzen en minimumprijsafspraken te bekrachtigen zodat boeren een kostendekkende, eerlijke prijs ontvangen."