De regering moet duidelijk maken hoe plannen (strategische agenda's) met de regio's worden gemaakt. Er moet staan wie meewerkt, wanneer het start en welke regio's meedoen. Samenwerking met regio's is nodig om Nederland onafhankelijker te maken op het gebied van energie, schone industrie en voedselzekerheid.
Motie van het lid Boelsma-Hoekstra c.s. over inzichtelijk maken hoe strategische agenda's om samen met regio's grote opgaven te realiseren opgesteld worden
De kamer,
constaterende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat de regering
met strategische agenda’s zal werken om samen met de regio’s grote
opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren;
overwegende dat verschillende regio’s cruciale bijdragen kunnen leveren
voor een strategisch autonomer Nederland op gebieden als energie,
schone industrie, voedselzekerheid en veiligheid;
overwegende dat met slimme strategische agenda’s die in gezamenlijkheid tussen verschillende ministeries, zoals BZK, Defensie, IenW, OCW
en VRO, en in goed overleg met medeoverheden worden opgesteld grote
stappen gezet kunnen worden;
verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoe deze strategische agenda’s
opgesteld zullen worden en hoe interdepartementale betrokkenheid en
regionale betrokkenheid hierbij geborgd worden, en daarbij aan te geven
wanneer de eerste regio’s opgepakt zullen worden en welke regio’s zullen
worden opgepakt.
Argumenten voor: De partij vindt dat de Rijksoverheid regio's te lang heeft verwaarloosd en dat investeringen van het Rijk meer moeten bijdragen aan sterke regio's [2][1]. Ze willen de regionale industrieclusters versterken [3] en erkennen dat strategische autonomie cruciaal is als het gaat om essentiële producten zoals voedsel en energie [6]. Daarnaast ziet de partij een grote urgentie om grote uitdagingen op het gebied van energievoorziening en industrie aan te pakken om Nederland 'van het slot' te halen [5][4]. De wens om inzichtelijk te maken hoe regionale betrokkenheid wordt geborgd sluit aan bij hun kritiek dat de Rijksoverheid te ver afstaat van de inwoners van diverse regio's [2].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte teksten geen argumenten te vinden die tegen het verzoek in de motie pleiten.
Bronnen:
"Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
"De Rijksoverheid heeft de verschillende regio's te lang aan hun lot overgelaten en soms zelfs bewust achterstanden gecreëerd. Door te weinig te investeren in werkgelegenheid, huisvesting, bereikbaarheid of het in stand houden van het voorzieningenniveau. Of door, zoals in Groningen, alleen maar te focussen op de (financiële) belangen van de Rijksoverheid, in plaats van de belangen van de regio en haar inwoners. De Rijksoverheid staat letterlijk en figuurlijk op grote afstand van de inwoners van de Veenkoloniën, Zeeuws-Vlaanderen of Twente. En dit geldt voor veel meer regio's."
"Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"Nederland staat voor grote uitdagingen. Een groeiende en vergrijzende bevolking, woningnood, de overgang naar een duurzame energievoorziening, het klimaatvraagstuk, de toekomst van onze landbouw en industrie - het zijn geen nieuwe thema's, maar de urgentie ervan is groter dan ooit. Helaas lopen we vast. Nederland zit op slot. Er worden niet genoeg woningen gebouwd, de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetten gaat te langzaam, allerlei vergunningen worden niet verleend. De economie verliest kracht, arbeidsproductiviteit stagneert, verduurzaming wordt belemmerd en het vertrouwen in de overheid brokkelt af."
"Voor grote grensoverschrijdende uitdagingen is Europese samenwerking noodzakelijk: (arbeids)migratiebeleid, klimaatverandering, belastingontwijking en een eerlijke (digitale) economie. In deze tijd met geopolitiek schuivende panelen is strategische autonomie op Europees niveau cruciaal. We willen dat Nederland (en Europa) minder afhankelijk wordt van anderen waar het gaat om essentiële producten zoals grondstoffen, basisproducten, digitale diensten (incl. onafhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen), voedsel en energie. Het Europees Parlement vergadert voortaan alleen nog in Brussel. Reizen tussen Brussel en Straatsburg is kostbaar en inefficiënt."