Plattelandstoets bij nieuwe wetten en beleid

De regering moet bij nieuw beleid en nieuwe wetten een duidelijke plattelandstoets toevoegen. Hierin staat wat de economische en sociale gevolgen zijn voor het platteland. Zo worden de effecten van regels voor het platteland zichtbaar en controleerbaar.

Motie van het lid Vermeer over een herkenbare passage plattelandstoets bij nieuw beleid met mogelijke gevolgen voor het platteland

De kamer, constaterende dat de Kamer eerder de motie-Van der Plas (36 410, nr. 121) over het uitwerken van een plattelandstoets heeft aangenomen; constaterende dat de regering deze plattelandstoets wil laten aansluiten bij bestaande beleidsprocessen; overwegende dat de plattelandstoets bedoeld is om de gevolgen van beleid, wet- en regelgeving voor het platteland zichtbaar en controleerbaar te maken; verzoekt de regering om bij nieuw beleid, wet- en regelgeving, AMvB’s en besluiten met mogelijke gevolgen voor het platteland voortaan een herkenbare passage plattelandstoets op te nemen, waarin wordt ingegaan op de economische, maatschappelijke en sociale gevolgen voor het platteland; verzoekt de regering de Kamer zo snel mogelijk te informeren over hoe deze plattelandstoets structureel wordt geborgd.
13 mei | BBB |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de Rijksoverheid regio's te lang aan hun lot heeft overgelaten, bewust achterstanden heeft gecreëerd en te ver afstaat van de belangen van de inwoners in diverse regio's [3]. Daarnaast wil de partij de leefbaarheid in alle delen van het land, specifiek van stad tot platteland, stimuleren [2]. Verder vindt de partij dat investeringen van het Rijk meer moeten bijdragen aan sterke regio's om gebieden leefbaar te houden [1].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
  2. "Het is hard nodig om grote keuzes voor de toekomst van Nederland te durven nemen. Het Rijk komt daarom eindelijk met de langverwachte 'Nota Ruimte'. Daarin worden grote structuurkeuzes gemaakt, zoals de Lelylijn, Nedersaksenlijn, het aanwijzen van grootschalige nieuwbouwlocaties, Deltawind21 in combinatie met een derde Maasvlakte en natuurontwikkeling. Tegelijk stimuleren we de leefbaarheid in álle delen van het land van stad tot platteland - en bevorderen we ruimtelijke solidariteit tussen regio's. Voor grote woningbouwopgaven komt een landelijke aanpak, zoals eerder bij de VINEX-wijken. Zo zorgen we dat bouwen sneller en beter gebeurt, op plekken die toekomstbestendig en bereikbaar zijn. Ook komt er een nieuwe ruilverkaveling om boeren toekomstperspectief te geven en landbouwgronden logischer en duurzamer in te richten."
  3. "De Rijksoverheid heeft de verschillende regio's te lang aan hun lot overgelaten en soms zelfs bewust achterstanden gecreëerd. Door te weinig te investeren in werkgelegenheid, huisvesting, bereikbaarheid of het in stand houden van het voorzieningenniveau. Of door, zoals in Groningen, alleen maar te focussen op de (financiële) belangen van de Rijksoverheid, in plaats van de belangen van de regio en haar inwoners. De Rijksoverheid staat letterlijk en figuurlijk op grote afstand van de inwoners van de Veenkoloniën, Zeeuws-Vlaanderen of Twente. En dit geldt voor veel meer regio's."