De regering moet bij nieuw beleid en nieuwe wetten een duidelijke plattelandstoets toevoegen. Hierin staat wat de economische en sociale gevolgen zijn voor het platteland. Zo worden de effecten van regels voor het platteland zichtbaar en controleerbaar.
Motie van het lid Vermeer over een herkenbare passage plattelandstoets bij nieuw beleid met mogelijke gevolgen voor het platteland
De kamer,
constaterende dat de Kamer eerder de motie-Van der Plas (36 410, nr. 121)
over het uitwerken van een plattelandstoets heeft aangenomen;
constaterende dat de regering deze plattelandstoets wil laten aansluiten
bij bestaande beleidsprocessen;
overwegende dat de plattelandstoets bedoeld is om de gevolgen van
beleid, wet- en regelgeving voor het platteland zichtbaar en controleerbaar te maken;
verzoekt de regering om bij nieuw beleid, wet- en regelgeving, AMvB’s en
besluiten met mogelijke gevolgen voor het platteland voortaan een
herkenbare passage plattelandstoets op te nemen, waarin wordt ingegaan
op de economische, maatschappelijke en sociale gevolgen voor het
platteland;
verzoekt de regering de Kamer zo snel mogelijk te informeren over hoe
deze plattelandstoets structureel wordt geborgd.
Argumenten voor: De partij hecht veel waarde aan het behoud van essentiële basisvoorzieningen zoals scholen en zorg in dunbevolkte gebieden [5]. Daarnaast wil de partij de regionale economie veerkrachtiger maken door het stimuleren van lokale ketens, streekproducten en regionale voedselproductie [2][4][6]. Een plattelandstoets die de economische, maatschappelijke en sociale gevolgen voor het platteland inzichtelijk maakt, ondersteunt deze doelstellingen. Verder is de partij al voorstander van het systematisch toetsen van beleid op specifieke effecten, zoals de belangen van dieren [1], risico's op discriminatie [3] en de impact op ontwikkelingslanden [7].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Alle relevante besluiten van het kabinet worden getoetst op hun invloed op de belangen van dieren."
"We bevorderen de regionalisering van de economie door lokale ketens, streekproducten en regionaal geldgebruik te stimuleren. Zo maken we economieen veerkrachtiger en minder afhankelijk van mondiale systemen."
"Wet- en regelgeving worden getoetst op risico's van discriminatie en waar nodig aangepast."
"Initiatieven voor regionale voedselproductie en de verbinding tussen boer en burger worden volop gestimuleerd. Ruim baan voor stadslandbouw, voedselbossen en boerderijen waarbij burgers samen het eigenaarschap vormgeven en samenwerken met de boer."
"Basisvoorzieningen (zoals scholen, culturele instellingen en zorgvoorzieningen) in dunbevolkte gebieden worden zoveel mogelijk behouden zodat iedereen fatsoenlijke toegang houdt tot deze essentiële voorzieningen."
"Het nieuwe ministerie helpt gemeenten en regio's met het opstellen van (regionaal) voedselbeleid. Hiervoor komen mobiele teams. Gemeenten kunnen heel concrete maatregelen nemen, zoals ruimte maken voor voedseltuinen en stadsboerderijen, eetbaar groen aanplanten als notenbomen en bessenstruiken, en plantaardige opties bij de horeca vergroten. Door korte ketens van boer tot burger op te zetten, blijft er geen winst hangen bij tussenhandel."
"Al het Nederlandse beleid wordt getoetst op de effecten op ontwikkelingslanden om negatieve impact zo veel mogelijk te verkleinen. Denk aan onze ecologische voetafdruk, of het faciliteren van belastingontwijking, waardoor ontwikkelingslanden miljarden aan belastinginkomsten mislopen."