Controle van wetswijzigingen na twee jaar

De Kamer moet na twee jaar een invoeringstoets doen voor de wetswijzigingen. Zo wordt gecontroleerd of de wet effectief is en of de uitvoering goed verloopt. Dit maakt het mogelijk om de regels op tijd aan te passen.

Motie van het lid Ceder over een invoeringstoets na twee jaar

De kamer, overwegende dat het goed is om bij intreding van de wetswijzigingen snel te toetsen op capaciteit, effectiviteit en uitvoering, zodat tijdige bijsturing mogelijk is; verzoekt de Kamer om na twee jaar een invoeringstoets te doen.
21 mei | CU | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma FvD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij vindt dat politiek gebaseerd moet zijn op feiten en reële toekomstbeelden [2]. Zij hecht waarde aan serieus onderbouwde voorstellen om 'luchtfietserij' en loze beloftes te voorkomen [3]. Daarnaast is de partij van mening dat er kritisch gekeken moet worden naar het huidige beleid om te bepalen of acties wel verstandig waren of dat het beleid fundamenteel herzien moet worden [1].

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte fragmenten geen informatie te vinden die direct tegen het uitvoeren van een invoeringstoets is.

Bronnen:

  1. "Deze zelfbeperking van het CPB vinden wij problematisch. Want het gaat ons er nu juist om, een aantal hoofdlijnen van het huidige beleid - zoals het klimaatbeleid en het sluiten van het Groninger gasveld - te heroverwegen. Wij vinden dat we ons bij verkiezingen met zijn allen moeten afvragen: was datgene wat we tot nu toe hebben gedaan eigenlijk wel zo verstandig? Of moeten we ons beleid wellicht fundamenteel herzien? Als dat soort vragen buiten de reikwijdte van het CPB vallen - wat héb je dan aan een ' doorrekening'?"
  2. "Wij staan in principe achter dit idee. Politiek hoort te draaien om feiten, om reële toekomstbeelden en de uitwisseling van totaalplaatjes. Zomaar strooien met cadeautjes die op geen enkele wijze haalbaar of betaalbaar zijn - daar schieten we niets mee op."
  3. "In Nederland bestaat de traditie dat partijen hun verkiezingsprogramma laten 'doorrekenen' door het Centraal Planbureau (CPB). De bedoeling hiervan is dat kiezers een beeld krijgen bij de (financiële) implicaties van het voorgestelde beleid van politieke partijen en daar hun stem weloverwogen op kunnen baseren. Geen luchtfietserij, geen loze beloftes: maar serieus onderbouwde voorstellen."