De regering moet zwaardere jeugdstrafzaken niet buiten de rechter om afhandelen. Bij zo'n afhandeling kunnen slachtoffers namelijk geen schadevergoeding aanvragen en mogen ze niet spreken in de rechtszaal.
Motie van het lid Faber over geen beleid invoeren zodat zwaardere jeugdstrafzaken buitenstrafrechtelijk afgedaan kunnen worden
De kamer,
constaterende dat de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) om advies is gevraagd over buitenstrafrechtelijke
afdoeningen voor jeugdigen;
constaterende dat de RSJ aanbeveelt om een buitenstrafrechtelijk aanbod
te ontwikkelen voor zwaardere feiten die nu niet in aanmerking komen
voor een buitenstrafrechtelijke afdoening;
overwegende dat buitenstrafrechtelijke afdoening botst met de rechten
van het slachtoffer, omdat het slachtoffer dan geen schadevergoeding
meer kan instellen of gebruik kan maken van het spreekrecht in de
rechtszaal;
verzoekt de regering om geen beleid in te voeren zodat zwaardere
jeugdstrafzaken buitenstrafrechtelijk afgedaan kunnen worden.
Argumenten voor: De partij stelt dat toegang tot het recht de kern vormt van onze democratische rechtsstaat [1]. Omdat de motie aangeeft dat buitenstrafrechtelijke afdoeningen kunnen botsen met de rechten van het slachtoffer (zoals het spreekrecht en het recht op schadevergoeding), zou de partij de motie kunnen steunen om de toegang tot het recht voor slachtoffers te waarborgen [1].
Argumenten tegen: De partij wil inzetten op het gebruik van alternatieve vormen van geschilbeslechting waar dat mogelijk is, zoals mediation [1]. De motie vraagt de regering om juist geen beleid te voeren voor buitenstrafrechtelijke afdoeningen bij zwaardere jeugdstrafzaken, wat de mogelijkheden voor dergelijke alternatieve trajecten zou kunnen inperken [1].
Bronnen:
"Toegang tot het recht raakt de kern van onze democratische rechtsstaat. We zetten in op alternatieve vormen van geschilbeslechting waar dat kan (zoals mediation), en zetten in op het voorkomen van doorprocederen. We continueren de extra investering die is gedaan in het versterken van de sociale advocatuur, gedifferentieerde tarieven naar inkomen, en zetten in op duurzame versterking van de sociale advocatuur in lijn van de commissieVan der Meer II."