De regering moet zwaardere jeugdstrafzaken niet buiten de rechter om afhandelen. Bij zo'n afhandeling kunnen slachtoffers namelijk geen schadevergoeding aanvragen en mogen ze niet spreken in de rechtszaal.
Motie van het lid Faber over geen beleid invoeren zodat zwaardere jeugdstrafzaken buitenstrafrechtelijk afgedaan kunnen worden
De kamer,
constaterende dat de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) om advies is gevraagd over buitenstrafrechtelijke
afdoeningen voor jeugdigen;
constaterende dat de RSJ aanbeveelt om een buitenstrafrechtelijk aanbod
te ontwikkelen voor zwaardere feiten die nu niet in aanmerking komen
voor een buitenstrafrechtelijke afdoening;
overwegende dat buitenstrafrechtelijke afdoening botst met de rechten
van het slachtoffer, omdat het slachtoffer dan geen schadevergoeding
meer kan instellen of gebruik kan maken van het spreekrecht in de
rechtszaal;
verzoekt de regering om geen beleid in te voeren zodat zwaardere
jeugdstrafzaken buitenstrafrechtelijk afgedaan kunnen worden.
Argumenten voor: De partij pleit voor de invoering van minimumstraffen voor ernstige gewelds- en zedendelicten [3] en wil fors investeren in de gehele strafrechtketen [2]. Daarnaast ligt de focus bij de aanpak van jeugd op het bijbrengen van normen, waarden en discipline binnen de context van jeugdgevangenissen [1].
Argumenten tegen: Er is in de beschikbare tekst geen informatie te vinden die de partij zou ondersteunen om zwaardere jeugdstrafzaken buitenstrafrechtelijk af te doen.
Bronnen:
"Samenwerking stimuleren tussen jeugdgevange -nissen en defensie door het bijbrengen van normen, waarden en discipline."
"Fors investeren in de gehele strafrechtketen."
"De invoering van minimumstraffen voor ernstige gewelds- en zedendelicten en geen terugkeer van veroordeelde gewelds- en zedendelinquenten in hun oude wijk na detentie."