De regering moet zwaardere jeugdstrafzaken niet buiten de rechter om afhandelen. Bij zo'n afhandeling kunnen slachtoffers namelijk geen schadevergoeding aanvragen en mogen ze niet spreken in de rechtszaal.
Motie van het lid Faber over geen beleid invoeren zodat zwaardere jeugdstrafzaken buitenstrafrechtelijk afgedaan kunnen worden
De kamer,
constaterende dat de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) om advies is gevraagd over buitenstrafrechtelijke
afdoeningen voor jeugdigen;
constaterende dat de RSJ aanbeveelt om een buitenstrafrechtelijk aanbod
te ontwikkelen voor zwaardere feiten die nu niet in aanmerking komen
voor een buitenstrafrechtelijke afdoening;
overwegende dat buitenstrafrechtelijke afdoening botst met de rechten
van het slachtoffer, omdat het slachtoffer dan geen schadevergoeding
meer kan instellen of gebruik kan maken van het spreekrecht in de
rechtszaal;
verzoekt de regering om geen beleid in te voeren zodat zwaardere
jeugdstrafzaken buitenstrafrechtelijk afgedaan kunnen worden.
Argumenten voor: De partij pleit voor stevige aanpassingen in het jeugdstrafrecht, waarbij de maximale straffen omhoog gaan en zware gewelds- en zedenmisdrijven door zestien- en zeventienjarigen vaker via het volwassenenstrafrecht moeten worden afgedaan [1]. Daarnaast is de partij zeer gericht op het verbeteren van de positie van slachtoffers, zodat zij hun rechten beter kunnen afdwingen [3]. De motie, die stelt dat buitenstrafrechtelijke afdoening de rechten van het slachtoffer schaadt, sluit aan bij dit streven om slachtoffers een betere positie te geven in het proces [3].
Argumenten tegen: De partij wil de inzet van strafbeschikkingen juist verruimen [2]. Hoewel dit in het programma wordt gekoppeld aan het afdoen van lichte feiten om rechters meer ruimte te geven voor zware zaken, is het een vorm van afdoening die niet via de reguliere rechtszaal verloopt [2]. Ook het streven naar een 'lik-op-stukbeleid' waarbij de politie zelf lichte strafbare feiten afdoet om de keten te ontlasten [4], laat zien dat de partij wel degelijk voorstander is van alternatieve afdoening voor minder zware zaken.
Bronnen:
"Stevige aanpassingen van het jeugdstrafrecht: De maximale straffen gaan omhoog en rechters krijgen meer ruimte om het volwassenenstrafrecht toe te passen op zestien- en zeventienjarigen die zeer ernstige gewelds- of zedenmisdrijven plegen. Jeugd-tbs moet worden omgezet naar volwassenen-tbs als jongeren nog steeds risico's voor zichzelf en de samenleving vormen."
"We verruimen de inzet van strafbeschikkingen: Als lichte strafbare feiten worden afgedaan met een strafbeschikking, dan kunnen rechters meer zware gewelds- en zedenzaken afdoen. Slachtoffers moeten wel actief worden betrokken bij de keuze voor een strafbeschikking."
"Echte steun voor slachtoffers: We zorgen ervoor dat slachtoffers van misdrijven en hun nabestaanden door alle betrokken professionals altijd met respect, zorgvuldigheid en aandacht worden behandeld en dat hun positie tijdens en na het strafproces wordt verbeterd. De afgelopen jaren hebben slachtoffers er rechten bijgekregen, maar in de praktijk kunnen zij die nog niet goed uitoefenen. Slachtoffers moeten in het nieuwe Wetboek van Strafvordering meer mogelijkheden krijgen om hun rechten af te dwingen door middel van effectieve rechtsmiddelen en remedies. Net zoals deze er zijn wanneer rechten van verdachten worden verwaarloosd door Rechtspraak en OM. Ook introduceren we een zelfstandig gebiedsverbod voor daders van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven."
"We willen lik-op-stukbeleid: De politie krijgt de mogelijkheid om naast lichte verkeersovertredingen (op grond van de Wet Mulder) ook lichte strafbare feiten zoals lichte winkeldiefstallen zelfstandig af te doen. Hiermee wordt sneller lik-op-stukbeleid gevoerd, wordt de strafrechtketen ontlast en kunnen ondernemers hun schade sneller verhalen."