De regering moet de adviezen van de Onderwijsraad volgen en in het najaar van 2026 een plan presenteren voor het onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen (jji's). Het onderwijs daar schiet nu ernstig tekort en de situatie is verslechterd. Dit plan moet ook specifiek ingaan op jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking.
Motie van het lid Westerveld over prioriteit geven aan de adviezen van de Onderwijsraad
De kamer,
constaterende dat de Onderwijsraad begin 2025 in het rapport «Onderwijs
in justitiële jeugdinrichtingen» constateerde dat onderwijs in justitiële
jeugdinrichtingen ernstig tekortschiet en zij een aantal concrete
voorstellen doen, waaronder een gedeelde visie op de rol en positie van
het onderwijs in jji’s;
constaterende dat de regering per brief op 3 juli 2025 heeft toegezegd dat
deze visie in het voorjaar van 2026 gedeeld zou worden met de Kamer,
maar dat dit niet is gebeurd;
overwegende dat de problemen met onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen zelfs zijn verergerd;
verzoekt de regering om prioriteit te geven aan de adviezen van de
Onderwijsraad en deze visie in het najaar van 2026 te delen;
verzoekt de regering ook om in de plannen specifiek in te gaan op
onderwijs aan jongeren met een (licht) verstandelijke beperking.
Argumenten voor: De partij zet zich in voor passend onderwijs waarbij er ruimte is voor maatwerk en ondersteuning die aansluit bij de mogelijkheden van het kind [5]. Daarnaast wil de partij het gespecialiseerd onderwijs behouden zodat elke leerling onderwijs op maat kan krijgen [3]. Dit sluit aan bij het verzoek in de motie om specifiek in te gaan op onderwijs voor jongeren met een beperking. Ook pleit de partij voor landelijke hulp aan jongeren met complexe multiproblematiek [2]. Daarnaast vindt de partij dat onderwijs moet gaan over wat kinderen echt nodig hebben [1] en dat de kerntaak van onderwijsinstellingen de overdracht van kennis en vaardigheden is [4]. Tot slot staat de partij open voor maatregelen om te voorkomen dat onderwijs bijdraagt aan radicalisering [6], wat relevant kan zijn in de context van justitiële jeugdinrichtingen.
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die tegen de motie zouden kunnen worden gebruikt.
Bronnen:
"Onderwijsinstellingen hebben, naast verlagen van de regeldruk, een duidelijke structurele financiering nodig voor taken die ertoe doen. Het moet afgelopen zijn met de financiering van onnodige administratieve bezigheden. Uitgaande van de langetermijndoelen. Geld moet zoveel mogelijk landen in de klas. Onderwijs moet weer gaan over wat kinderen echt nodig hebben in hun hoofd, met hun handen en in hun hart."
"Landelijke hulp jongeren met complexe multiproblematiek. Jongeren die ernstige psychische problemen hebben, kunnen vaak niet goed in de gemeente terecht. Onderzocht moet daarom worden of dit uit de Jeugdwet kan worden gehaald en het weer landelijk kan worden geregeld."
"Behoud gespecialiseerd onderwijs. Behoud van het gespecialiseerd onderwijs zodat elke leerling onderwijs op maat kan krijgen."
"Overdracht van kennis en vaardigheden is de basistaak voor onderwijsinstellingen."
"Passend onderwijs. Passend onderwijs is nodig voor ieder kind, met ruimte voor maatwerk en ondersteuning die aansluit bij de mogelijkheden van het kind."
"Onderwijspersoneel staat dagelijks voor de klas en weet wat er speelt. Toch wordt hun vakkennis te vaak overvleugeld door papierwerk, protocollen, controle of ideologische invulling. Dit is mede oorzaak van een structureel lerarentekort en leidt tot lesuitval en verminderde onderwijskwaliteit. Werkdruk speelt hierin een centrale rol: te weinig tijd voor kerntaken, volle klassen en toenemende administratieve lasten maken het vak minder aantrekkelijk en vergroten het verloop. BBB kiest daarom voor vertrouwen in de professional: lesgeven in plaats van afvinken, begeleiden in plaats van besturen. Met ruimte voor eigen onderwijsvisies en schoolidentiteit. BBB staat pal voor de vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Scholen mogen niet de ruimte krijgen om antidemocratische of haatdragende denkbeelden te verspreiden. De overheid moet deze vrijheid beschermen en bewaken. De komende tijd wordt bezien of dit binnen de grenzen van artikel 23 kan. Indien dat niet zo blijkt te zijn, staat BBB open voor aanpassing om te voorkomen dat deze vrijheid onbedoeld bijdraagt aan radicalisering."