Beter onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen

De regering moet de adviezen van de Onderwijsraad volgen en in het najaar van 2026 een plan presenteren voor het onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen (jji's). Het onderwijs daar schiet nu ernstig tekort en de situatie is verslechterd. Dit plan moet ook specifiek ingaan op jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking.

Motie van het lid Westerveld over prioriteit geven aan de adviezen van de Onderwijsraad

De kamer, constaterende dat de Onderwijsraad begin 2025 in het rapport «Onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen» constateerde dat onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen ernstig tekortschiet en zij een aantal concrete voorstellen doen, waaronder een gedeelde visie op de rol en positie van het onderwijs in jji’s; constaterende dat de regering per brief op 3 juli 2025 heeft toegezegd dat deze visie in het voorjaar van 2026 gedeeld zou worden met de Kamer, maar dat dit niet is gebeurd; overwegende dat de problemen met onderwijs in justitiële jeugdinrichtingen zelfs zijn verergerd; verzoekt de regering om prioriteit te geven aan de adviezen van de Onderwijsraad en deze visie in het najaar van 2026 te delen; verzoekt de regering ook om in de plannen specifiek in te gaan op onderwijs aan jongeren met een (licht) verstandelijke beperking.
27 mei | GL-PvdA | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat kinderen en jongeren eerlijke en gelijke kansen verdienen door middel van goed onderwijs [1]. Leren wordt gezien als een recht dat ook recht op maatwerk inhoudt, waarbij de overheid alternatieve oplossingen en ondersteuning moet bieden aan kinderen met beperkingen die niet de juiste onderwijsvorm krijgen [3]. Daarnaast wil de partij de verbinding tussen onderwijs, gemeenten en jeugdzorg versterken voor passende ondersteuning [2] en experimenteren met de samenwerking tussen jeugdzorg en gespecialiseerd onderwijs om in te spelen op persoonlijke zorg- en onderwijsbehoeften [4]. Ook de nadruk op inclusie [5] en de erkenning van de druk binnen de jeugdzorg [6] ondersteunen de noodzaak voor betere voorzieningen in een complexe context.

Argumenten tegen: Er zijn in het verkiezingsprogramma geen argumenten te vinden die tegen de motie stemmen.

Bronnen:

  1. "Dagelijks zetten duizenden onderwijsprofessionals zich met hart en ziel in voor kinderen en jongeren. Deze kinderen en jongeren verdienen eerlijke en gelijke kansen om zich te kunnen ontplooien. Goed onderwijs speelt daarin een grote rol. Toch is dit nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Door keuzes van vorige kabinetten is er een groot tekort aan leraren. De leraren die er nog wel zijn raken overbelast door de hoge werkdruk, de administratieve lasten én de emotionele belasting door het werk zelf. Hierdoor verlaten veel leraren het onderwijs. Commerciële bijlesbureaus springen in het gat en bieden leerlingen voor veel geld huiswerkbegeleiding en bijlessen aan. Dit is kansenongelijkheid ten top. Goed onderwijs moet voor iedereen toegankelijk zijn, rijke ouders of niet."
  2. "De verbinding tussen onderwijs, gemeenten en jeugdzorg wordt versterkt en gefaciliteerd, zodat leerlingen tijdig passende ondersteuning kunnen krijgen."
  3. "Leren is een recht. Kinderen krijgen leerrecht om zich op een school te ontwikkelen, inclusief het recht op maatwerk. Dat wil ook zeggen dat er (meer) scholingsmogelijkheden komen voor bijvoorbeeld zeer hoogbegaafde kinderen of kinderen met een lichamelijke, zintuiglijke of psychische beperking. Deze kinderen vallen nu vaak uit omdat scholen hen niet kunnen bieden wat ze nodig hebben. Waar een geschikte onderwijsvorm ontbreekt, biedt de overheid alternatieve oplossingen en ondersteuning."
  4. "Er komen meer mogelijkheden om te voorzien in persoonlijke zorg- en onderwijsbehoeften door te experimenteren met maatwerk, en met een samenwerking tussen jeugdzorg en gespecialiseerd onderwijs. Dit gebeurt in overleg met leerlingen en ouders."
  5. "We investeren structureel in brede brugklassen, stellen de keuze voor een onderwijsniveau uit en dringen onderwijsachterstanden terug. We hebben hierbij speciale aandacht voor inclusie en houden het onderwijs vrij van commerciële invloeden."
  6. "De jeugdzorg is na de decentralisatie naar gemeentes achteruitgegaan. De kosten voor jeugdzorg zijn sterk gestegen omdat er meer en meer complexe zorg wordt ingezet en het aantal jeugdigen in de zorg toeneemt. Gemeenten krijgen daarom voldoende geld om goede jeugdzorg aan te bieden. Tegelijk is het nodig om meer in te zetten op preventie en ondersteuning van het gezin en op school. Voor kinderen in de pleegzorg is een stabiele en liefdevolle omgeving van essentieel belang om goed op te groeien, liefst bij pleegouders en anders in een gezinshuis. Helaas staat de pleegzorg onder grote druk: de werkdruk voor medewerkers is heel hoog en daardoor is het verloop groot."