De regering moet de regels in het Ontwerpbesluit versterking regie volkshuisvesting schrappen. Deze regels verplichten een hoog deel sociale huurwoningen. Woningcorporaties maken echter grote verliezen bij de bouw van sociale huur. Meer gewone woningen zorgen voor meer doorstroming en lagere prijzen. De focus moet liggen op het vergroten van het totale aantal woningen.
Motie van de leden Ten Hove en Claassen over in de woningbouwprogrammering primair sturen op vergroting van het totale aanbod
De kamer,
constaterende dat marktpartijen circa 70% van de huidige nieuwbouwproductie voor hun rekening nemen;
constaterende dat woningcorporaties bij de nieuwbouw van sociale
huurwoningen te maken hebben met een gemiddeld verlies van 69% van
de investering per woning;
overwegende dat ook de bouw van vrijesectorwoningen kan bijdragen
aan lagere woningprijzen, doordat deze doorstroming op de woningmarkt
op gang brengt en daarmee ook woningen in de bestaande voorraad
vrijmaakt;
overwegende dat een lager aandeel marktconforme woningen de ruimte
verkleint om onrendabele delen van woningbouwprojecten te dragen,
waardoor verplichte aandelen sociale huur en betaalbare woningen
projecten financieel onhaalbaar kunnen maken;
verzoekt de regering in de woningbouwprogrammering primair te sturen
op vergroting van het totale woningaanbod en daartoe de instructieregels
die sturen op ten minste twee derde betaalbare woningen en 30% sociale
huur te schrappen uit het Ontwerpbesluit versterking regie volkshuisvesting.
Argumenten voor: De partij wil de woonmarkt stimuleren en de doorstroming bevorderen [2][5]. Daarnaast streeft de partij naar een jaarlijkse bouw van 100.000 woningen [3].
Argumenten tegen: De partij hanteert als expliciet uitgangspunt voor de woningproductie dat twee derde betaalbaar moet zijn, waarvan 30 procent sociale huur [1]. Daarnaast vindt de partij dat de overheid meer regie moet nemen, omdat er in het verleden te veel op de markt is vertrouwd [7]. Ook wil de partij via wetgeving borgen dat specifieke doelgroepen, zoals leraren en zorgmedewerkers, toegang krijgen tot passende woningen [6][4].
Bronnen:
"We willen een stabiele productie van minimaal honderdduizend woningen per jaar. Het uitgangspunt is twee derde betaalbaar waarvan 30 procent sociale huur. Zo is er in elke gemeente altijd een derde vrije ruimte voor dure huur- en koopwoningen. Met speciale aandacht voor starters, gezinnen en ouderen. In regionaal verband maken we strakke afspraken over aantallen sociale huurwoningen, middensegment en vrije sector."
"We stimuleren de woonmarkt: naast de Grondbank, investeren we in de bouw van nieuwe woningen, we stimuleren doorstroming en verbeteren kwetsbare wijken."
"Woningzoekende op 1 - Wij kiezen voor de woningzoekende in onze voorstellen om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen. Het principe van 'straatje erbij' breiden we uit tot een 'wijkje erbij' zodat jongeren in hun dorp of stad kunnen blijven wonen. We maken het moeilijker om woningbouw met juridische procedures te vertragen. De gang naar de Raad van State beperken we. De hypotheekrenteaftrek bouwen we stap voor stap af, terwijl we tegelijk de inkomstenbelasting evenveel verlagen. Zo maken we woningen meer betaalbaar op de langere termijn."
"We zetten fors in op het bouwen van nieuwe huurwoningen in het middensegment. Dit is nodig zodat groepen als leraren, verpleegkundigen en politieagenten toegang krijgen tot een passende woning. Woningcorporaties spelen hierin een belangrijke rol. We zorgen dat zij hiervoor - net als bij sociale huur - geborgde financiering via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw krijgen."
"We stimuleren de doorstroming in de woningmarkt. Dit begint bij het bouwen van voldoende levensloopgeschikte woningen voor ouderen. Daarnaast zetten we in op het wegnemen van praktische en financiële bezwaren voor doorstroming."
"We stimuleren gemeenten met de Huisvestingswet een deel van de nieuwbouwwoningen te reserveren voor eigen inwoners of voor specifieke doelgroepen, zoals leraren, agenten en zorgmedewerkers."
"Willen we ons land vitaal houden dan moeten we aan de slag. We lopen op veel manieren tegen grenzen aan van wat kan. De overheid heeft haar regie losgelaten en vertrouwde op de markt. Volkshuisvesting werd woningmarkt. Wetgeving is te ingewikkeld geworden en procedures verstikken nieuwe bouwprojecten. Stikstof beperkt woningbouw en ontwikkeling van bedrijven. Demografische ontwikkelingen stellen eisen aan voorzieningen en onze zwaarbelaste infrastructuur. We willen kansrijke gebieden in steden herbestemmen, de stad leefbaar houden en de regio bereikbaar. We willen ruimte voor de agrarische sector en kwalitatieve natuur. We hebben nieuwe ruimte nodig voor de energietransitie, defensie, bereikbaarheid, grootschalige woningbouw of 'een straatje erbij'."