Regels voor natuurvriendelijk isoleren

De regering moet landelijke regels maken voor natuurvriendelijk isoleren en eDNA-onderzoek (een snelle test op DNA-sporen van vleermuizen) vergoeden met subsidies. Huidig ecologisch onderzoek per woning is te traag en te duur. Een landelijke aanpak voorkomt verschillen tussen provincies en maakt isoleren sneller en betaalbaarder.

Motie van de leden Van den Berg en Boomsma over uiterlijk 1 oktober 2026 een landelijke gedragscode natuurvriendelijk isoleren vaststellen

De kamer, constaterende dat eDNA inmiddels erkend is voor het opsporen van vleermuizen bij spouwmuurisolatie van grondgebonden woningen en dat bij een negatieve test regulier kan worden geïsoleerd; constaterende dat bij een positieve test nog steeds onduidelijkheid bestaat door provinciale verschillen in beleid en handhaving; overwegende dat woning-voor-woning ecologisch onderzoek door eigenaar-bewoners te traag en te duur is en dat daarom een snelle, uniforme en betaalbare landelijke route nodig is; verzoekt de regering om uiterlijk 1 oktober 2026 een landelijke gedragscode natuurvriendelijk isoleren vast te stellen waarin: – eDNA de standaard eerste onderzoeksroute is bij spouwmuurisolatie van grondgebonden woningen; – bij een negatieve eDNA-uitslag zonder aanvullend ecologisch onderzoek of vergunning kan worden geïsoleerd; – bij een positieve eDNA-uitslag een uniforme landelijke handelingsroute geldt met standaard mitigerende maatregelen, zodat individueel jaarrond onderzoek per woning niet langer de standaard is; – provinciale verschillen in uitvoeringsbeleid worden weggenomen en gemeenten worden ondersteund bij het versnellen van pre-SMP’s en SMP’s; verzoekt de regering tevens om eDNA-onderzoek en standaard mitigerende maatregelen voor eigenaar-bewoners subsidiabel te maken.
3 juni | JA21 | Aangenomen: 91–59 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil voorkomen dat woningbouw en infrastructuur onnodig worden belemmerd door strikte toetsing aan de criteria voor beschermde diersoorten [1]. Er wordt gesteld dat ingewikkelde wetgeving en procedures nieuwe bouwprojecten verstikken [6] en dat het van groot belang is om de vergunningverlening weer op gang te krijgen [4]. Daarnaast wil de partij juridische vertragingen bij woningbouw beperken [5], streven naar duidelijkere standaardisatie en de modernisering van bouwregels [8], en inwoners financieel ondersteunen bij de transitie naar bijvoorbeeld isolatie [7]. Ook het inzetten op het verduurzamen van woningen is een prioriteit [3][2].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte tekst geen fragmenten te vinden die als argument kunnen dienen om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Het CDA vindt dat veelvoorkomende nationale diersoorten niet strikt getoetst hoeven te worden aan de criteria voor beschermde soorten, zodat woningbouw en infrastructuur niet onnodig worden belemmerd."
  2. "Om te zorgen dat ook minder draagkrachtigen in ons land in een goed geïsoleerd huis kunnen wonen, gaan we door met de verduurzamingsafspraken, zoals gemaakt in de nationale prestatieafspraken met woningcorporaties."
  3. "We blijven inzetten op het verduurzamen van woningen en het verbeteren vanwooncomfort. Door zowel in te zetten op isoleren als op de overgang naar duurzame vormen van energie, bijvoorbeeld door waar mogelijk hybride warmtepompen de standaard te maken of in te zetten op warmtenetten."
  4. "Nederland moet van het stikstofslot. Voor woningbouw en andere bouwprojecten, infrastructurele projecten en landbouw is het van het grootste belang dat de vergunningverlening weer op gang komt. Sinds de PAS-uitspraak van 2019 is er te weinig gedaan om daadwerkelijk tot een oplossing te komen. We onderschrijven het plan van LTO, NAJK en de medeoverheden dat onlangs is gepresenteerd. Dit is een belangrijke eerste stap, die met het Rijk en andere organisaties verder moet worden uitgewerkt. Deze beweging moet leiden tot emissiereductie in alle sectoren op zeer korte en langere termijn, via wettelijk geborgde doelstellingen, zodat er weer vergunningen kunnen worden verleend, zodat biodiversiteit kan verbeteren, PAS-melders en interimmers kunnen worden gelegaliseerd. We monitoren voortdurend de voortgang op de gestelde doelen en sturen waar nodig bij. We doen wat nodig is."
  5. "Woningzoekende op 1 - Wij kiezen voor de woningzoekende in onze voorstellen om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen. Het principe van 'straatje erbij' breiden we uit tot een 'wijkje erbij' zodat jongeren in hun dorp of stad kunnen blijven wonen. We maken het moeilijker om woningbouw met juridische procedures te vertragen. De gang naar de Raad van State beperken we. De hypotheekrenteaftrek bouwen we stap voor stap af, terwijl we tegelijk de inkomstenbelasting evenveel verlagen. Zo maken we woningen meer betaalbaar op de langere termijn."
  6. "Willen we ons land vitaal houden dan moeten we aan de slag. We lopen op veel manieren tegen grenzen aan van wat kan. De overheid heeft haar regie losgelaten en vertrouwde op de markt. Volkshuisvesting werd woningmarkt. Wetgeving is te ingewikkeld geworden en procedures verstikken nieuwe bouwprojecten. Stikstof beperkt woningbouw en ontwikkeling van bedrijven. Demografische ontwikkelingen stellen eisen aan voorzieningen en onze zwaarbelaste infrastructuur. We willen kansrijke gebieden in steden herbestemmen, de stad leefbaar houden en de regio bereikbaar. We willen ruimte voor de agrarische sector en kwalitatieve natuur. We hebben nieuwe ruimte nodig voor de energietransitie, defensie, bereikbaarheid, grootschalige woningbouw of 'een straatje erbij'."
  7. "Wij willen stabiel en duidelijk (financieel) beleid om de verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers te ondersteunen in adaptatie en transitie, bijvoorbeeld als het gaat om isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en eventuele nieuwe technieken."
  8. "We schrappen bovenwettelijke eisen vanuit gemeentes, willen duidelijkere standaardisatie, modernisering van bouwregels en meer fabrieksmatig bouwen. We stimuleren het gebruik van duurzame bouwmaterialen zoals hout en natuurlijke isolatiematerialen als vlas. Deze materialen worden bij voorkeur lokaal geproduceerd (bijvoorbeeld in productiebossen)."